In de (club)liefde sla je niet

Dertien jaar lang stikten ze in het vagevuur van tweede klasse. Ze werden een jaarlijks terugkerende gimmick: ‘Opnieuw een jaartje erbij?’.

Een financieel bouwwerf las je in de krant. Twijfelachtige transfers en een trainerscarrousel dat zo hard rond draaide dat je duizelde van er naar te kijken.

Maar ach, alle vleugjes financieel wanbeleid ten spijt… Hun fanbastion bleef en groeide gestaag. Bij iedere gemiste kans zwol zowaar de clubliefde en schreeuwden ze zich nog meer de pleuris uit hun getatoeëerd, ontblote bovenlijf.

Als je over Royal Antwerp spreekt, dan spreek je over hun supporters. Het leger naast het groene slagveld. Soms letterlijk, zie maar naar de gemiste promotie twee seizoenen geleden. Ontzagwekkend vertoningen zoals afgelopen weekend waar ze ondanks een resem tegendoelpunten toch hun troepen bleven aanvuren. En, zo beweerden de analisten althans, mee de bijna-remonte hielpen inzetten.

Hoera, Royal Antwerp terug naar eerste!

Een boost voor ons Belgisch voetbal klonk het in maart. Voetbal een feest kirde iedereen en nu ook terug in Antwerpen. The Great Old is back!

Sporthistoriek is vaak kippenvel. Een beetje romantiek zelf. En als de oudste club van ’t land terugkeert naar de eerste klasse van ’t land dan is dat een magnifiek verhaal.

Maar, er moest een ‘maar’ zijn in deze blogpost, er is die terugkerende ziekte: relletjes.

Het h-woord refererend naar vechtend voetbalsupporters ga ik niet gebruiken. ’t Is een lelijk woord en zou eigenlijk niet meer van deze tijd mogen zijn.

De Antwerpse supporters toonden zich dit weekend van hun mooiste kant, hun ploeg aanmoedigen ondanks een grote achterstand, en hun lelijkste kant, een supportersbus van Beerschot-Wilrijk aanvallen.

Een ‘nieuwe generatie’ supporters, klonk het op de radio, die zich zorgwekkend manifesteert. Vechtjassen vind je bij elke club, hoewel je bij Westerlo wel héél hard gaat moeten zoeken me dunkt, maar bij Antwerpen hoor je het toch al te vaak.

Alle voetbalromantiek ten spijt maar als je in de liefde slaat dan moet je naar het gevang.

Rivaliteit is hevigheid maar geen dommigheid. Clans mogen, moeten zelfs, mekaar jennen maar als je een bus met vrouwen en kinderen bekogelt dan keer je terug naar middeleeuwse rivaliteit. Zoiets bagatelliseer je niet.

Bij de promotie van F.C. Antwerp hoorde ik van een vriend die bij de politie werkt dat het vanaf volgend seizoen overal ‘koekenbak‘ ging zijn.

Ongeziene veiligheidsmaatregelen omdat Den Antwerp op bezoek kwam. De vrees voor rellen leefde enorm. Als je weet dat politiebeveiliging bij voetbalmatchen ons hopen belastinggeld kost, dan vallen ze dus ook onze portemonnee aan.

Telkens als ze in de media gewag maken van die ‘fantastische supporters’ van The Great Old heb ik een dubbel gevoel. Zolang men er niet in slaagt de rotte appels tussen het (supporters)geweld  te weren, is het zonde voor al die goedhartige fans maar vind ik niet dat ze alle lof verdienen.

Noem ze gewoon geen supporters meer. Dan hou je de échte supporters in hun eer.

’t Is simpel: in de (club)liefde sla je niet.

One thought on “In de (club)liefde sla je niet”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s