In vuur en vlam voor vrouwenvoetbal

Op de lagere school was er een meisje dat voetbalde.

Tijdens de pauze vocht je elk voor een doel aan weerskanten van de speelplaats, degene die een bal had besliste over de samenstelling van de ploegen en je trapte af.

Ziedaar de basisbeginselen van speelplaatsvoetbal. Dat daar een meisje tussen liep, deed er niet toe.

Ze was niet de beste, maar zeker ook niet de slechtste. Er was één zekerheid: iedereen was bang van haar. Niemand wilde een poortje gelapt worden door een meisje. Dat stond gelijk aan kwajongensachtige kreetjes van je maten. Dus je was op je hoede. Maar je wilde ook niet de jongen zijn die een meisje pootje lap legde. Dat zou gelijk staan aan banbliksems van haar vriendinnen. En dat was hélemaal het einde van de wereld.

Meisjes die voetballen waren vroeger een uitzondering. Daar kon je nu eenmaal niet omheen. Zoals in alles vallen we ook in sporten terug in stereotypen. Meisjes dansen, jongens voetballen.

Als kind dacht je dat meisjes niet konden voetballen. Ze liepen weg van een bal of slaakten een gil als je stiekem een bal hun richting uit sjotte. En je werd ook al te vaak bevestigd in die gedachte want vrouwenvoetbal zag je zelden of nooit op televisie of in de krant.

Vorig jaar schreef ik naar aanleiding van de geboorte van mijn dochtertje dat ik stiekem hoopte dat ze ooit zou volleyballen. Volleybal is een veilige haven want ik ken de sport en vind een sport in teamverband persoonlijk altijd interessanter.

Ik heb een potsierlijke denkfout gemaakt. Er is nog een sport die ik ken én in teamverband wordt gespeeld: voetbal.

Dat ik er toen niet aan dacht dat mijn dochter zou voetballen, heeft niets met kortzichtigheid te maken maar komt gewoon omdat ik er niet mee bezig was. Je associeert voetbal niet spontaan met meisjes.

Maar wie de Red Flames ziet spelen op het EK kan er niet naast kijken… Vrouwenvoetbal staat er. Of er in september op de speelplaats jongens tegen meisjes zal kunnen gespeeld worden, is misschien te kort door de bocht maar voetbal is hip voor iedereen.

Je kijkt naar het EK en ziet volle stadions, live-uitzendingen in prime-time op televisie, volwaardige omkadering, tv-spotjes op maat tijdens de rust en zelf Panini-stickers. Tijdens de derby tegen Nederland genoot ik oprecht van de dribbels, een-tweetjes en driehoekjes van de speelsters.

Je moet je wel aanpassen natuurlijk. Gendergelijkheid betekent niet hetzelfde als spelgelijkheid.

Vrouwenvoetbal gaat nu eenmaal trager dan mannenvoetbal. Maar snel is geen synoniem voor mooi. In sport moet alles hoger, sneller en sterker en dan verliest een gemiddelde vrouw altijd van een gemiddelde man. Dus die vergelijking gaat niet op.

Akkoord, vrouwenvoetbal heeft nog zijn groeipijnen. Persoonlijk deel ik bijvoorbeeld de mening van Hans Vandeweghe die dit weekend schreef dat doelvrouwen vaak een zwakke schakel zijn in een ploeg. Hij haalt aan dat atletische sportvrouwen zoals volleybalster Freya Aelbrecht moeten gescreend worden om zo betere speelsters te krijgen. Iets waar het volleybal al langer mee bezig is (en ook de vruchten van plukt).

Ik ben geen doorwinterde voetbalkenner maar vrouwenvoetbal over dezelfde kam scheren als mannenvoetbal is verkeerd. Voetbal is een mooie sport, ongeacht wie het speelt.

Ik ken wel iets van volleybal. Een notoir vrouwensport in de ogen van velen, nog zo’n cliché dat we dan maar eens de wereld uit moeten helpen. Vrouwenvolleybal en mannenvolleybal zijn als het ware twee verschillende disciplines van volleybal. De ene technischer en meer tactisch, de andere krachtiger. Beiden een genot om naar te kijken als je er iets van kent.

In de Nederlandse krant De Volkskrant stond een interessant commentaar bij een voorbeschouwing van de match van de Red Flames:

Beenhakker en Kelder waren het trouwens eens met elkaar: de gezelligheid rond de wedstrijden, het normale gedrag rond de stadions, het is een verademing vergeleken met wat ze geregeld meemaken. Niet dat geschreeuw, niet dat opgefokte gedoe. Ze denken dat de sfeer bij de mannen een jaar of dertig geleden hetzelfde moet zijn geweest. Misschien bedoelen ze wel meer dan dertig jaar geleden.

Ongeacht dames of heren, meisjes of jongen is sport schoon tout court.

Het kan mij geen bal schelen voor welke sport mijn dochter kiest maar als ze met de Red Flames, Belgian Cats, Yellow Tigers of wat dan ook op een EK staat, hoop ik alleen dat ze even zwaait naar haar ouwe in de nok van het stadion.

En daarna alles op een hoopje speelt natuurlijk. Helemaal haar vader.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s