Voetbal

Die keer dat Frank Raes Frank Deboosere werd tijdens de bekerfinale

Het is moeilijk om een nog aantrekkelijker sportevenement te vinden in een jaar waarin het WK voetbal, de Olympische Winterspelen en het driejaarlijks clubkampioenschap kleiduivenschieten van De Verenigde Schuttersvrienden van Poel-Kappelle wordt georganiseerd maar desondanks werd er gisterenavond een vierde topper aan dit illustere lijstje toegevoegd: de finale van de Beker van België.

Wat een genot om naar te kijken was me dat.

Van minuut één tot minuut oneindig, want zo lang leek deze match te duren, was het op het puntje van de stoel zitten. Onze salontafel staat namelijk ietsje te ver van de zetel waardoor ik telkens naar voren moet schuiven om iets te nemen om te snoepen. Als ik mij verveel, snoep ik nu eenmaal. En gisterenavond heb ik er een hele zak M&M’s doorgejaagd.

Om 20u45 begonnen ze eraan. Omdat het zo koud was in het stadion besloten enkele barmhartige supporters een vuurtje te stoken. En waar vuur is, is rook. Onaanvaardbaar als je het mij vroeg. In de week waarin onze kachel zwart werd gemaakt omwille van zijn uitstoot, werd er volop gestookt in het de brandhaard van het Koning Boudewijnstadion. Het gevaar om met vuur te staan zwaaien te midden van een opgezweepte massa vind ik ook niet zo oké, maar ’t is vooral de milieuschade die me stoorde.

Soit, iets na 20u45 begonnen ze er dus aan. Wie niet in het stadion zat, zat thuis in een warme zetel voor de haard, als zij mogen vuur maken dan mogen wij dat ook, te popelen om sport in z’n mooiste gedaante te zien.

Maar niet voordat Frank voor de eerste keer orakelde dat het toch zo koud was. De koudste dag in maart ooit. En dat op zijn leeftijd. Ach, het maakte deze epische veldslag enkel nog méér episch.

En dan de match.

Tja.

De match.

Had ik al geschreven dat Frank zei dat het koud was?

Welja, heel koud dus.

Maar de match dus.

Die was spannend. Het was zo’n match die spannend was omwille van de spanning die altijd rond een finale hangt.

Terwijl de match vooruit kabbelde, dwaalden mijn gedachten af. Naar die supporter die ’s middags was vertrokken met de supportersbus, richting het Atomium om daar volledig opgezweept te worden door de beats en Bengaals vuur en daar nu verkleumd zat te zitten op zijn zitje. Kijkend naar hét hoogtepunt van het seizoen, meer zelf: een hoogtepunt in de geschiedenis van zijn club.

Maar evengoed dwaalden mijn gedachten af naar de CEO van Croky. De hoofdsponsor van de Croky Cup. In het diepste van mijn gedachten zag ik de man zitten op de eretribune naast de sponsorverantwoordelijke van de Belgische voetbalbond die het niet kon nalaten om, om de vijf minuten te fluisteren dat het spektakel op de groene grasmat elk moment kon losbarsten. Dat het écht wel een goede keuze was geweest van Croky om hun naam te verbinden aan zo’n prachtig sportspektakel.

Maar ook Karl Vannieuwkerke en zijn analisten passeerden de revue. Volop aan het overleggen welk hoogtepunt ze gingen tonen aan half-time. Een aartsmoeilijke opdracht.

Of naar de supporters van KV Kortrijk en Club Brugge die nipt de finale niet haalden. Ze moesten hun meerdere erkennen in twee topploegen die nu koortsachtig trachtten twee goede passes na elkaar te geven.

En de scheidsrechter die zich als een ijsbeer op de noordpool voelde. Helemaal in zijn sas want er was geen commotie, geen betwistbare fase. Zijn hoogtepunt was er al voor de aftrap: er moest een gat gedicht worden in het net van een doel. Achteraf bekeken een nog meer nutteloze actie dan het zoeken naar een doelkans in de match.

Wat de analisten vertelden tijdens de rust moet ik u schuldig blijven. Zoals 0 x 100 gelijk is aan 0, is een samenvatting van niets ook gelijk aan niets. En de was moest nog opgehangen worden zei mijn vrouw.

Had ik al gezegd dat Frank zei dat het koud was?

Terwijl mijn zak M&M’s steeds lichter werd, werd het zwaarder om naar de match te blijven kijken. Op karakter dan maar. 45 minuten afzien voor de beeldbuis, mezelf een sportman wanend die wacht op een beloning. In mijn geval: een schot op doel. Er moest toch iets gebeuren.

Helaas.

De enige noemenswaardige doelkans binnen het kader was een kopbal aan het einde.

Terug naar Gert, Imke, Jan en Karl dan. Zij leverden een prestatie om u tegen te zeggen. Niet alleen slaagden ze er in om enkele hoogtepunten op het scherm te toveren, ze slaagden er ook in, om met een van de winterkoude verdoofd gezicht, te blijven articuleren. Analist zijn, een hondenjob. En dan nog eens in een weer waar je zelf geen hond door zou jagen.

Is het niet, Frank?

Verlengingen!

Of ik het uitschreeuwde van de spanning of uit frustratie laat ik het in het midden maar de schorre schreeuw kwam van heel diep.

Opnieuw gingen mijn gedachten aan de haal met mijn concentratie. Naar vorig jaar. De bekerfinale van twee subtoppers, géén toppers klonk het toen, die best te smaken viel. Ook met verlengingen. Deemoedig speelde de match zich opnieuw af voor mijn ogen. Ik ging net…

BINNEEEEUUUHHH!

Wat?

Die blonde spits met zijn kaarsrecht haar had het het hem geflikt. Geen idee hoe want dat had ik klaarblijkelijk gemist. Maar we hadden het eindelijk beet: dat doelpunt. Het wachten werd beloond. We hadden een wedstrijd.

Helaas.

Een Standaardspeler ging bijna dood, herrees wonderbaarlijk en ging daarna bijna nog eens dood. Een andere speler was van de koude zo gedesoriënteerd dat hij bij zijn vervanging de weg naar de zijlijn niet vond. En dat alles beschreven door Frank die zich maar bleef vergissen van zijn eigen achternaam en Frank Deboosere – gewijs begon te waarschuwen voor CO2-vergiftiging afkomstig van dat Bengaals vuur. Een draak van een wedstrijd verdient nu eenmaal vuur.

Wat. Een. Helden.

En dan weerklonk het eindsignaal. Net als het monotone gepiep van een ziekenhuismachine die te kennen geeft dat de patiënt geen hartslag meer heeft, stierf meteen ook dat beetje spanning dat er even was.

Dit einde verdiende deze match niet. Nee, deze gedenkwaardige finale verdiende strafschoppen. De Saaiste Strafschoppen Ooit.

Dit had het einde moeten zijn:

De tiende strafschop zou de goeie zijn. Letterlijk dan want het zou de eerste zijn die op doel was, de vorige negen misten jammerlijk hun doel. Maar de tiende was wél raak. Enig mooi getrapt: recht door het midden en de keeper die net uitgleed over een ijsplek waardoor de bal binnen hobbelde.

De analisten zouden keer op keer de goede penalty opnieuw tonen en becommentariëren, de CEO van Croky zou met tranen in de ogen in de armen vallen van de sponsorverantwoordelijke van de Belgische voetbalbond, de supporters zouden beloond worden met deze ultieme extase. Hoe koud het ook was, iedereen zou het plots warm hebben. Voetbal in al zijn schoonheid.

En ik zou gelukzalig in mijn zetel zakken, kauwend op mijn laatste M&M en denken: wat een fantastische voetbalavond.

Helaas.

1 reactie op “Die keer dat Frank Raes Frank Deboosere werd tijdens de bekerfinale

  1. Pingback: Hallo, is daar iemand? | SPORT.Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s