Persoonlijk

Kamp Waes is voor watjes

Het was zondagavond en de televisie stond op één. Op het scherm zagen we gespierde militairen tegenover enkele mensen die mijn buren of zelf vrienden konden zijn. Ze waren moe. Dat was een understatement. Ze waren kapot. Vakkundig kapot gemaakt door mannen in veel te kleine kakigroene t-shirts met zwarte sjaals voor hun mond.

Ze zagen lijkbleek. Uitgemergeld. En dat na amper enkele dagen labeur. Geen slaap, geen eten, altijd in beweging en altijd het onverwachte verwachten. Uren en dagen aan een stuk. Verval gaat snel.

Ik keek naar de wandelende zombies. Ik herkende de blik in hun ogen. Hun moedeloosheid. Hun zoektocht naar een laatste restje wilskracht in hun lichaam. Om dat uit te persen als een appelsien.

Waarom herkende ik dit? Ik heb geen greintje militair talent of ambitie. Ook zal je mij door de woestijn geen vier marathons na elkaar zien lopen. Neen, er was iets anders dat ons samen bracht: strijd. Zij streden tegen groene kleerkasten van venten, wij tegen als schattige kindjes vermomde opdondertjes.

Neem er gerust een korreltje grof zout bij en lees verder. Hoe langer ik keek, hoe duidelijker het mij werd. Kamp Waes was voor watjes. Kamp Kindjes, dat is pas een beproeving.

Slaaptekort? Check.

Altijd alert zijn? Check.

Fysieke beproeving? Check.

Mentale foltering? Check.

Verschillende situaties schieten mij te binnen. De gelijkenissen treffen raak.

Neem nu het begrip ‘overgeven’. Militair of kinderlijk jargon, beiden zijn toepasbaar. Bij kindjes betekent het ‘s nacht opstaan, de dweil en verse lakens nemen en verhaaltjes lezen om de rust te laten neerdalen. Om dan, net wanneer je hoofd eindelijk je kussen raakt, een hoestbui en gorgelend geluid te horen. Gevolgd door een salvo van restjes zure yoghurt. Een mitraillette die een regelrechte aanslag is op je gemoed. Jezelf overgeven is geen optie.

Oriëntatielopen? Dat is voor een ouder hetzelfde als naar de supermarkt gaan met kindjes. Een overvolle boodschappentas doet dienst als legerrugzak. Het moment dat je de tas op de grond zet, de koffer van je auto opent en één luttele fractie van een seconde niet oplet… is het gebeurd. De kleine opdonder is ervan door. Slalomt tussen auto’s, lacht van de pret en is totaal niet bezig met die aanstormende auto. Het is een ongeleid bewegend projectiel in een mijnenveld van auto’s. Je hart staat stil, je hoofd speelt wel duizend horrorscenario’s af maar het hoofd koel houden is de boodschap.

Oriëntatie is trouwens een onmisbare competentie voor ouders. Van levensbelang wanneer je kleren, knuffels of andere onmisbare objecten moet terugvinden tijdens crisismomenten. Zoals net voor het slapengaan. Terwijl een tierende peuter staat te schreeuwen. De kinderslaapkamer wordt een war room en een nucleaire bom staat op ontploffen. Druppels zweet parelen langs je slaap naar beneden wanneer je eindelijk het licht uitdoet en de deur sluit. Je sluipt de trap naar beneden en maakt een zachte landing in je zetel. Tot de walkie-talkie, oftewel babyfoon, je oproept voor een glaasje water en alles terug van vooraf aan begint.

Die vechtproef? Dat is om 8u15, een kwartiertje voor de schoolbel gaat, je dochter haar jas aandoen terwijl ze op de grond ligt te treiteren. Een gevecht op leven en dood. En dat zonder bokshandschoenen. 

Fysieke uitputting? Een open deur. Het zit in kleine dingetjes zoals midden in de nacht uren rondwandelen met een gewicht van 3 à 5 kilo op je arm. Daarmee vergeleken is touwtje klimmen een strandwandeling. Zonder kindjes wel te verstaan want die lopen als een kamikaze recht het water binnen. Jouw missie? Ze op tijd tackelen. En daarna ontmantelen van alle zand en snot. Nog een leuke: go-carts op een overvolle dijk. In deze missie moet je oude mensen hun leven redden voordat je kind hen omver maait. Je krijgt extra punten als je de meest originele excuses verzint.

Mentale veerkracht? Wat is er groter dan een open deur? Een open garage? Kindjes drijven je tot de limiet. Ze vinden het donkere plekje in je jezelf waarvan je dacht dat je het nooit had. Alsof je bent gegijzeld in je eigen huis. Je wordt zowel ondervraagd, want je peuter vraagt 100x dezelfde waarom-vraag, als je bent de ondervrager, want jij roept 100x hetzelfde ennuishetgedaan-bevel. Een gijzeling in een bunker met enkele wacko’s lijkt wel een pretparkbezoek. Zonder kindjes welteverstaan. Maar dat had u ondertussen wel al door.

Elke dag is er tot tweemaal toe een militair defilé. Repetitief dreun je af: tanden gepoetst? Kleren aan? Fluo hesje mee? Knuffel gevonden? Of dat denk je toch. Terwijl jij in je beste Fly-imitatie de bevelen opdreunt, kijkt jouw kind geïntegreerd naar een pluisje op de grond. Door doofheid bevangen. The mental game is on

Ook tactiek is belangrijk. Wat zeg je, met welke intonatie en wanneer. Koester het magische woord ‘televisie’, of in ons geval: Frozen. Wie stuur je in het strijdgewoel: de papa of de mama? Het zijn keuzes die het verschil maken tussen leven en dood. Tussen slapen en wallen. 

Ik vraag mij trouwens af: is er zoals, in de voorlaatste aflevering van Kamp Waes, ook een eindspel? Een ultieme missie? Dat weet ik nog niet, daarvoor ben ik nog niet ver genoeg in mijn missie. Mijn beste gok zou puberteit zijn. Ze zijn een kop groter, barsten van de hormonen, gaan en staan waar ze willen en zijn geprogrammeerd om domme dingen te doen.

Ik zit zelf nog in de fase waarin de kandidaten zich na elke proef bevonden: erger dan dit wordt het niet. Totdat die groene mannetjes grijnzend zeggen: En nu, nog een keer.

Naast de vele gelijkenissen zijn ook veel verschillen uiteraard. We moeten ook niet overdrijven.

Kamp Waes duurde een weekje. Kindjes hebben, is voor altijd. Bij Kamp Waes konden de deelnemers ook een stopwoord roepen als het té gortig werd. Bij kinderen heb je maar eenmaal die kans: roep in de weken voor 6 december de woorden ‘De Sint zal niet komen hoor!’ en, heb je geluk, dan bezweert het jouw kind. Tenminste tot een bepaalde leeftijd. Daarna zoek je het zelf maar uit hoe je de bom ontmanteld.

Maar terug naar die zondagavond terwijl wij in de zetel naar televisie kijken. Onze kandidaten hebben hun laatste missie volbracht. Een verdiend voldaan gevoel overvalt hen. En er valt mij iets op in ons huis. Het is stil. De kindjes slapen. De vijand rust. Een staakt-het-vuren.

Op de salontafel ligt een tekening met daarop ‘Voor mama en papa, ik hou van jullie’. Je smelt en beseft dat het misschien wel meevalt. Misschien ben je een heel klein beetje aan het overdrijven.

En dat is waarom kindjes de beste paracommando’s zouden zijn: ze vinden altijd je zwakke plek. 

Ter plaatse… (vergeet het laatste woord van de zin als je meedoet aan Kamp Kindjes)

4 reacties op “Kamp Waes is voor watjes

  1. Mooie vergelijking en ja… zo herkenbaar!

    Geliked door 1 persoon

  2. Niet janken, je wilde toch zelf kinderen? Zeik dan niet!

    Geliked door 1 persoon

  3. Pingback: Wat als… opvoeden een sport was?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s