Het Sportpaleis van morgen, vullen we met talent van vandaag

Twee jaar geleden schreef het Belgische volleybal (weeral) een stukje sportgeschiedenis. Een uitverkocht Sportpaleis voor een volleybalwedstrijd. Dertienduizend supporters. De haarsprietjes op mijn armen schieten spontaan opnieuw omhoog.

In de bekerfinale werd Antwerpen omver geblazen door Lennik. Met springveer Baetens in een hoofdrol. Hét grootste volleybalfestijn in jaren. En dat zonder West-Vlamingen of Limburgers.

Neen, Roeselare en Maaseik keken op tv naar een oranje delirium. En niet veel later lag Kris Tanghe zijn hoofd op het kapblok ten gevolge van al die Brabantse suprematie in eigen Antwerps huis. Een naschok na een historische zondagmiddag.

Ondanks drie kurkdroge sets was het een waar genot. Omdat het volleybal bewees beetje bij beetje volwassen te worden. Een Sportpaleis vullen is immers alleen weggelegd voor de grote jongens.

En nogmaals: der-tien-dui-zend supporters. Voor een volleybalmatch. In België.

Er was muziek van Haldis (kent u die nog), huppelende BV’s tussendoor, een speaker, VIP’s, pers (50 accreditaties!), danseressen en die tig volleyballiefhebbers (hoeveel ook alweer?).

Het was gewoonweg fantastisch.

Een blogpost op SPORT.Blog helemaal waard. 12 maanden later deden we het feestje opnieuw over en verloor Antwerpen opnieuw met drie tegen nul. Ditmaal tegen Roeselare, toen wél op de afspraak. Een kniezend Maaseik keek wederom knarsetandend toe.

Maar anno 2017 hebben we opnieuw de kraker der krakers op het hoogste toneel. Maaseik tegen Roeselare. Eindelijk zou je bijna denken. En misschien de voorbode voor een finale langer dan drie sets.

Dat dit jaar voor de derde keer het Sportpaleis wordt omgeturnd tot een volleybalterrein is straf. Het lijkt evident. Maar dat is het helemaal niet.

Ondanks weelde aan de top heeft het Belgische clubvolleybal het niet makkelijk. Een vol Sportpaleis is het topje van een ijsberg, het deel onder water wat je vaak niet ziet zijn de vele lokale volleybalclubs. De club op de hoek van uw straat. Zij zijn de hoeksteen van het succes.

Wel, daar op de hoek van de straat begint een volleybalcarrière. Eentje die potentieel kan leiden naar het Sportpaleis. Maar dat hoeft niet natuurlijk.

Op SPORT.Blog publiceerde ik onlangs een masterproef over de pijnpunten van het Belgische volleybal. Enkele resultaten: 70% van de clubs heeft onvoldoende trainers, 40% heeft problemen bij het vinden van vrijwilligers, bijna de helft heeft te weinig geld en 45% heeft infrastructuurproblemen.

Maar dat vond ik niet het meest markante.

69% heeft nog nooit samengewerkt met een andere club (ondanks de structurele problemen), een derde ziet de meerwaarde er niet van in en van diegene die gefusioneerd zijn geeft twee derde aan problemen te ondervinden door de fusie.

Wij die in het volleybal prat gaan op onze samenhorigheid, gezelligheid en het ons-kent-ons gevoel hebben het niet zo voor samenwerken met onze buren. Koppigheid? Trots? Eigenwijs? Een gemiste kans is het zeker.

Begrijp mij niet verkeerd, een derby tussen twee burenclubs is mooi. Lokale rivaliteiten en vetes zijn verhalen die zwaar aangedikt van vader en moeder op zoon en dochter overgaan. Maar het zit blijkbaar écht wel diep die rivaliteit. Liever alleen sterven dan samen overleven lijkt het wel.

De lokale clubs hebben het water aan de lippen. Elk jaar stopt wel ergens een ploeg, meteen de redding voor een andere ploeg die spelers overneemt. Totdat die ploeg opnieuw afbrokkelt. Wie het langst zijn adem kan inhouden, verdrinkt het laatst. Een regionale regio die nationaal doorsijpelt. Al in 2014 schreef ik erover op SPORT.Blog (en kreeg terstond een boze mail van bovenaf).

En niet alleen bij de clubs is het alle hens aan dek. Ook tussen de mensen aan de zijlijn botert het vaak niet. Zo riep Marc Willems in BeVolley nog op tot samenwerking tussen volleybalnieuwssites, redacties, federaties,… om volleybalnieuws samen te bundelen. Hij had overschot van gelijk.

Ik schets nu misschien een negatief beeld maar u snapt het wel hoop ik. Elke club die moeten stoppen, is er eentje teveel. Want bij elke club die stopt, mislopen we ook het potentieel talent. Daar sta je dan met je goed draaiende volleybalschool en vol Sportpaleis.

Dat laten we niet gebeuren, toch?

Zondag wordt opnieuw een hoogdag. Een orgelpunt waar we met z’n allen van moeten genieten. Maar doe dat niet alleen.

Nee, doe eens zot.

Nodig die rivalen van twee straten verder uit en kijk samen. Geniet van een potje topvolleybal. Reik mekaar de hand, val in elkaars armen en begraaf die strijdbijl. Vergeet Tournée Minéral en drink samen een pint. Maak plannen voor de toekomst.

Werk samen.

Want het Sportpaleis van morgen, vullen we met talent van vandaag.

One thought on “Het Sportpaleis van morgen, vullen we met talent van vandaag”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s