Leonel Marshall

Cubaanse escapade uit Sint-Niklaas (Deel 1)

Het Cubaanse topvolleybalteam Havana kwam twaalf jaar geleden naar Sint-Niklaas om er deel te nemen aan het jaarlijkse prestigieuze kersttoernooi van de Witte Molen. Na het verliezen van de finale tegen het Franse Paris Volley verdwenen zes van hen. Onverwachts en op het eerste zicht spoorloos. Een goeie 24 uur later duiken ze op in Rome. Vastbesloten om er in navolging van hun ultieme droom (opnieuw) aan de slag te gaan in de Italiaanse volleybalcompetitie. Maar zo simpel paste die puzzel helaas niet in elkaar. 

Protagonisten in dit verhaal zijn Ihosvany Hernandez, Angel Dennis, Jorge Luis Hernandez Jack, Roman Romero Yasser, Ramon Gato en Leonel Marschall. Zes Cubaanse topspelers van Havana, behorende tot de beste volleybalspelers ter wereld op dat moment. Vooral die laatste was een natuurtalent met een onwaarschijnlijke sprongkracht van 128 cm. ‘His Royal Airness’ van het volleybal. Marschall heeft uitstekende genen want hij is de zoon van de voorzitter van de Cubaanse volleybalbond Leonel Marschall Senior, zelf een levende volleyballegende die deel uitmaakte van de Cubaanse selectie voor de Olympische Spelen van 1976 en 1980.

Op het kersttoernooi van de Witte Molen editie 2001 werd het West-Vlaamse Knack Roeselare zesde en laatste na het Spaanse Almeria. Zeker geen schande want in dit prestigieuze en sterk bezette tornooi werden Moskou en Istanbul respectievelijk derdes en vierdes, de finale werd gewonnen door Paris Volley. Havana werd een knappe runner-up. Geen vuiltje aan de Sint-Niklaase lucht tot zover. Maar dan bleek plots dat bijna de volledige ploeg van Havana eensklaps verdwenen was de volgende dag. Op de vlucht. Begeleiders en organisatoren in het ongewisse latend.

De olympische traditie van Cuba

De contacten om hun vlucht te organiseren, werden waarschijnlijk gelegd tijdens de internationale tornooien waar Havana eerder aan deelnam. Havana was de Cubaanse nationale volleybalploeg van de Federación Cubana De Voleibol met maar één doel: goud behalen op de Olympische Spelen in Athene van 2004.

Cuba had een eer hoog te houden op het olympische volleybaltoneel. De Cubaanse nationale vrouwenploeg behaalde van 1992 tot 2000 driemaal (!) na elkaar olympisch goud. Noem ze gerust de beste vrouwelijke volleybalploeg ter wereld van de jaren negentig. De mannen moeten het afleggen met ‘maar’ een bronzen medaille in 1976 als beste resultaat.

De heren van Havana stonden rond de eeuwwisseling garant voor een fameus spelerspotentieel en lonken naar een topprestatie. Een terechte ambitie. In 2001 wonnen ze nog goud op de Grand Champions Cup en op de Witte Molen in Sint-Niklaas verloren ze zoals eerder geschreven pas in de finale tegen Paris Volley. De Fransen wonnen het jaar ervoor de CEV Top Teams Cup (zeg maar de Europa League in het volleybal) en zouden enkele maanden later de CEV Champions League winnen. Kortom, Havana verloor de finale van misschien wel het sterkste volleybalteam in Europa op dat moment.

Wortels van sportsucces

De reden waarom Cuba zo tuk leek op de Olympische Spelen was omdat het er vaak successen oogste. Cuba behaalde het derde hoogste aantal medailles (na Hongarije en Roemenië) onder de landen die nog nooit de Olympische Spelen organiseerden.

De wortels voor dit succes liggen in The National Institute of Sport, Physical Education and Recreation (INDER). Opgericht in 1961 is het tot op vandaag nog de basis voor de huidige sport en opleidingsprogramma’s in Cuba. Zo is er een detectiesysteem dat talentvolle jonge sporters onderbrengt in sportgeoriënteerde scholen. Daar worden sporten zoals atletiek, basketbal, honkbal, turnen en volleybal onderwezen. De beste leerlingen van de klas nemen deel aan de Cuban Summer Junior Olympics waar de allerbesten in elke sport worden geselecteerd voor scholen die  specifiek gericht zijn op een bepaalde sport. Cuba creëerde zo in de loop der jaren een broeihaard aan spelers – en trainerstalent met wereldwijd succes en aanzien.

In Sydney 2000 traden ze aan met een delegatie van 229 atleten die in totaal 29 medailles haalden, waaronder elf gouden, elf zilveren en zeven bronzen. In de medaillestand eindigden ze op een negende plaats, niet slecht voor een land met maar elf miljoen inwoners. Ter vergelijking, België eindigde in Sydney op de 55e plaats in de medaillestand. Zonder één gouden medaille en dat met een gelijkaardig bewonersaantal. De Cubaanse volleybalbond droomde dus met recht en rede luidop van succes op de volgende Olympische Spelen in Athene.

Gevlucht naar Rome

Op vrijdag 28 december 2001 dachten de 22-jarige Marschall en co echter niet aan olympische roem. Vanuit de hotelkamer van Marshall belde het Cubaanse vijftal voor ongeveer 1.000 euro naar Italië en Cuba. Een zesde speler, Angel Dennis, was dan al vertrokken. Hoewel de telefoons, net als de minibar en de betaaltelevisie, geblokkeerd waren, slaagden ze er toch in om buiten medeweten van het Crown Plaza hotel een telefoon te reactiveren. Cubaanse begeleiders merkten plots de verdwijning op, deden aangifte maar veel kon de politie niet doen. De spelers waren immers meerderjarig en beschikten over een toeristenvisum dat geldig was tot 31 december. Alian Roca en Pavel Pimienta hielden zich als enigsten van de Cubaanse selectie braaf aan dit toeristenvisum en bleven achter in België.

Angel Dennis © Wikipedia
Angel Dennis © Wikipedia

Op 30 december doken de heren volleyballers na een treinrit van ongeveer 1.500 kilometer op in Rome, hartje Italië. Hun eerste reactie luidde dat ze enkel om sportieve redenen waren gevlucht, dus niet om politiek asiel aan te vragen. Volleyballen in Italië als drijfveer dus voor hun vlucht. Sommigen lieten hiervoor vrouw en kind achter in Cuba. Ze drukten zelf nog hun wens uit om te mogen blijven spelen voor de Cubaanse nationale ploeg. Spelen voor een Italiaanse ploeg kon echter niet zomaar want voor internationale transfers moest het land van oorsprong, Cuba dus, transferdocumenten ondertekenen. In een eerste reactie schorste de Cubaanse bond het zestal meteen voor vijf jaar. Een verhaal van enkel maar verliezers leek in de maak. De olympische droom van de Cubaanse volleybalbond aan diggelen, de Italiaanse droom van de spelers verder weg dan ooit.

Cubaanse escapade gestrand

Tot zover het verhaal zoals het de wereld rondging. We schrijven 31 december 2001, hartje winter en de Cubaanse escapade lijkt gestrand in Rome. Een verhaal van een complexe puzzel die niet lijkt te passen. Spelers en bond in de steek gelaten door elkaar.

In een volgend artikel reconstrueert Extrasport.be voor u wat er van de Cubaanse topspelers is geworden, twaalf jaar na hun vlucht en hoe het Havana nog verging op de Olympische Spelen.

We beantwoorden ook de meest pertinente vraag: waarom riskeren zes van de beste volleyballers ter wereld hun carrière en kans op olympische glorie door hun geboorteland Cuba in de steek te laten?

In een derde en laatste artikel laat Extrasport.be een voormalige speler van Havana aan het woord. Op de Centraal-Amerikaanse Spelen in 1993 vluchtte ook hij. Drie van de zes vluchters van de Witte Molen waren ex-collega’s van hem. Nu, twintig jaar later, wacht hij nog altijd op toelating om terug te mogen keren naar Cuba.

2 gedachten over “Cubaanse escapade uit Sint-Niklaas (Deel 1)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s