Zeven redenen waarom volleybal dé sport van 2015 wordt

2014 was het jaar van net niet. Het Spo(r)tgala bevestigde dan wel de revival van het volleybal maar helaas ook de aloude handicap. Geen Gert Van De Broeck maar Marc’ske, geen Yellow Tigers maar FC De Duiveltjes. Volleybal verloor op punten maar verliet de ring onder applaus. Blik op 2015. Het jaar van het volleybal. En wel hierom.

Dit artikel verscheen ook op Newsmonkey en in SportLounge Magazine (jaargang 1, editie 5).

Reden 1: EK Volleybal 2015 in België en Nederland

Meteen de hoofdreden. In september ’15 organiseren België en Nederland samen het Europees kampioenschap volleybal voor de vrouwen. België telt één speelstad, Antwerpen. In 2013 won België op het EK zijn poule met onder andere Italië, strandde het in de halve finale tegen Duitsland op vier punten van de finale en versloeg het toenmalig regerend Europees kampioen Servië in de strijd om het brons.

De Yellow Tigers werden een Europese topper en trokken die lijn de afgelopen twee jaar door. Tot een moment suprême op het Sportgala 2013 leidde dat toen echter niet. De top vijf van het EK 2013 plaatste zich automatisch voor dat in 2015. België is er als organiserend land automatisch bij. Oh ja, Nederland werd slechts negende op het vorige EK.

België is deze keer ingedeeld in een poule met Turkije, Hongarije en Azerbeidjan of Slowakije. Coach Van De Broeck tempert de ambities maar moet toch stiekem hopen op meer. Wij alleszins wel. Ook present op een EK dit jaar, dan wel niet in eigen land, zijn de Red Dragons. Zij trekken naar Italië en Bulgarije. Hun WK in 2014 was teleurstellend. Met jongeren die stilaan tot volle wasdom komen, good old Frank met één van zijn laatste kunstjes en Dominique Baeyens aan het roer moeten ze nu ook eens echt kunnen vlammen.

Reden 2: Lang leve de nivellering in eigen land

Is de drive bij Roeselare wat zoek? Of is de tegenstand uit de middenstand van het Belgisch volleybal versterkt? De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden maar wij denken toch eerder het eerste. Vorig jaar denderde Roeselare door België én de Champions League.

Dit jaar leek het dezelfde weg op te gaan maar stokt de machine al vroeger. Uitgeschakeld in de halve finale van de Beker van België en aan het wankelen in Europa. Is Roeselare verzadigt zoals u en ik aan de recente kerstmis bij die zoveelste kerststronk? Maaseik deemstert opnieuw tussen hangen en wurgen, met als geldig excuus het uitvallen van sterkhouders. Op en naast het plein.

Dit alles resulteerde in een (eerste) grote verrassing van het volleybalseizoen. Voor het eerst sinds 1995 geen Roeselare of Maaseik in de bekerfinale. Antwerpen en Lennik, allebei recent uit de doden opgestaan, zullen mekaar bekampen in februari. Het duopolie brokkelt dus verder af. De spanning neemt daardoor omgekeerd evenredig toe. Onvoorspelbaarheid zwengelt de aantrekkelijkheid van een sport alleen maar aan dus lang leve de nivellering en hoera voor de neutrale supporter. Maar helaas, volleybal op het scherm wordt een rariteit. Besparingen bij de VRT, weet u wel. Allemaal naar de zaal wordt dan ook de volleyleuze de komende jaren. Maar het kan evengoed al een mooi voornemen zijn voor het jaar 2015.

Reden 3: Upgrade voor de bekerfinale

Vorig jaar werd het een sensationele bekerfinale waar iedere sportfan kiekenvel van kreeg. Antwerpen won toen tegen Roeselare na een historische vijfsetter. Maaseik werd al in de achtste finales uitgeschakeld door Haasrode-Leuven, toen nog spelend in Liga B. Verrassingen alom dus in de vorige bekereditie.

Niet meer te overtreffen klonk het toen. Wel dus. Om te beginnen kreeg de bekerfinale een upgrade die kan tellen want in 2015 vindt die plaats in het Sportpaleis. Er wordt gewag gemaakt van 10.000 supporters die zullen afzakken. En dat noch Maaseik, noch Roeselare daar present zal zijn mag u gerust de overtreffende trap van verrassing noemen.

Een finale tussen Antwerpen en Lennik. Twee ploegen die de voorbije jaren het juk van outsider eerst wel dan niet en nu opnieuw wél van zich afschudden. Één naam zal u nog vaak horen in aanloop naar de finale: Seppe Baetens. Zijn bewogen familiestamboom kent u ondertussen maar dat hij deze zomer tot ieders verbazing van Antwerpen naar Lennik trok, maakt hem nu al een beetje tot de centrale figuur van de finale.

Reden 4: Dragons en Tigers veroveren het buitenland

Jarenlang was Wijsmans zo’n beetje de lone wolf in het buitenland. In Italië werd hij een vergeten speler van wereldklasse. Zijn maatje Frank Depestele schitterde in Griekenland, Rusland, Oekraïne, Turkije en Frankrijk. Bij de vrouwen had en heb je Frauke Dirickx als vaandeldraagster en de ondertussen gestopte Virginie De Carne. Maar daarna lonkte lang de grote leegte. Tot enkele jongeren doorbraken. Tegenwoordig vinden meer en meer Belgische volleyballers hun weg naar buitenlandse (top)clubs. Er werd een nieuw elan gevonden. Niet in het minst dankzij de volleybalschool.

Met bij de Dragons Sam Deroo als exponent. Maar er zijn ook nog Kevin Klinkenberg bij Tours, Bram Van Den Dries bij Beauvois, Pieter Verhees bij Latina en Simon Van De Voorde bij Jestrzewski. En ook de Tigers, met daar Lise Van Hecke op kop, maken naam. Charlotte Leys in Sopot, Ilka Van De Vyver in Nantes, Freya Aelbrecht bij Arsizio, Nina Coolman bij Paris-St-Cloud en Valérie Courtois bij Budowlani Lodz.

Ze halen lang (nog) niet allemaal het niveau van een Wijsmans maar toch betekenen ze een rol van betekenis in hun ploeg. De Tigers en Dragons zullen ook in 2015 verder naam blijven maken in het buitenland. En wie weet volgen in hun zog wel nog andere jeugdige talenten.

Reden 5: Belgische volleybaltalenten

Talent dat bijvoorbeeld nu nog in de Belgische competitie speelt. Bij Roeselare heb je zo Tomas Rousseaux en Arno Van De Velde, bij Antwerpen Sander Depovere en Martijn Colsen, bij Maaseik Sébastien Dumont en François Lecat, … We noemen er maar enkelen maar het duidt er wel op dat er nog meer talent op komst is. En bij de vrouwen heb je onder meer Sarah Cools en Dominika Strumilo bij Kieldrecht. Als er zich enkele kunnen manifesteren het komende jaar dan dienen ook de daaropvolgende jaren zich veelbelovend aan.

Reden 6: Belgische topcoaches

We zouden het bijna vergeten maar de derde beste coach volgens de ‘sportkenners’ van het Sportgala was Vital Heynen. You love him or you hate him maar wat de Limburger presteert, is knap. Bij zijn coachdebuut creëerde hij van Maaseik meteen een pletwals zonder weerga. Er werd indertijd zelf even gedroomd van de final four van de Champions League.

Tegenwoordig zijn de Limburgers al met heel wat minder tevreden. Heynen liet bij zijn vertrek in 2011 een leegte na die ze tot op vandaag nog altijd aan het vullen zijn. Sindsdien werkte hij een jaar als technisch directeur bij STV Tilburg in Nederland, coachte hij Mouha/Vanbreedam en Mouha/Gielen in het beachvolleybal en werd hij bondscoach van de Duitse nationale mannenploeg. Dat laatste combineerde hij met het kortstondige trainerschap bij Ankara in Turkije en Bydgoszcz in Polen. Zijn palmares hier sommeren zou ons te ver leiden maar zijn strafste stoot was toch wel die bronzen medaille op het afgelopen WK met Duitsland. Benieuwd wat hij op het komende EK klaar zal spelen met die Mannshaft.

De tweede beste coach van 2014 volgens het galareferendum was Gert Vande Broek. Een trapje onder Marc’ske dus. Die laatste bracht natuurlijk wat teweeg maar volgens ons is een coach nog altijd iemand die het potentieel in zijn of haar spelers naar boven kan halen en hen individueel én als ploeg beter maakt. Als dat de referentie zou geweest zijn dan was Vande Broek op het hoogste schavotje terecht gekomen. Maar ook wat Dominique Baeyens voor mekaar krijgt met beperkte middelen bij de Dragons verdient lof. Het is soms harken en sleuren maar Baeyens speelt een niet te onderschatten sleutelrol in het Belgische mannenvolleybal. Soms staan zijn de Dragons wat in de schaduw van de Tigers maar ze zijn daarom niet minder straf.

Naast deze drie internationale referenties komt er ook meer en meer Belgisch coachtalent bovendrijven. Financiële noodzaak is misschien veeleer de drijfveer maar als de resultaten volgen, rechtvaardigen ze hun plaats. Kijk maar naar Emile Rousseaux bij Roeselare, Johan Devoghel bij Lennik, Kris Tanghe bij Antwerpen, …

Reden 7: Hervormingen komen tot uiting

In 2014 werd een managementteam opgericht om verschillende initiatieven in de hoogste afdeling van het mannenvolley te ontplooien. De hoop bestaat dat dit zal leiden tot een verdere professionalisering van de volleybalclubs in Liga A. De boodschap luidde meteen dat deze pas vanaf seizoen 2015-2016 operationeel zullen worden. Veel is er tot nu nog niet echt geweten maar vingers kruisen dat er daadwerkelijk werk zal gemaakt worden van die professionalisering.

In 2015 zal het volleybal nog veel in de kijker komen te staan dus het momentum zal er ongetwijfeld zijn. 2015 wordt met andere woorden het jaar van de handen, niet van de voeten. Een galajaar van antennes, setters en time-outs. Een jaar waarin u massaal naar de zaal zal trekken. Om te supporteren voor draken en tijgers.

Om al deze redenen wordt 2015 het jaar van het volleybal.

4 gedachten over “Zeven redenen waarom volleybal dé sport van 2015 wordt”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s