Frank Depestele

Geachte heer Depestele, Beste Frank,

Geachte heer Depestele, Beste Frank,

Een late proficiat met je transfer. Thuiskomen heet zoiets. Na een jarenlange odyssee langs Europese topclubs ben je geland voor een laatste kunststukje. Want wat elke Belgische volleybalsupporter hoopte, werd werkelijkheid: volgend seizoen speel je in dat oranje plunje. Doordrenkt van traditie en grandeur. Opnieuw bij de club van je hart. Op trofeeënjacht in je achtertuin.

Of je de beste Belgische setter ooit bent durf ik niet zeggen, daar ben ik te jong voor, maar ‘k heb wel een héél sterk vermoeden. De beste van je generatie? Onweerlegbaar.

Volgens mij heeft elke volleybalsupporter wel een ‘Frank Depestele – moment’. Een herinnering aan jij die toverde op een volleybalveld. Een moment waar de handen voor op mekaar gingen of de adem even werd ingehouden omdat Frank Depestele een / het volleybal beroerde. Soms subtiel, soms minder subtiel.

Ook ik heb zo mijn moment.

We schrijven ongeveer zo’n tien jaar geleden. Je eerste passage bij Roeselare. Jij aan de pas met de ook al iconische Ivan Contreras aan het kanon. Een verdedigingsbal caprioleerde het achterveld in. Tot net achter de achterlijn, zone positie vijf. Het was zo’n bal waarvan elke setter risicoloos onderhands zou hebben gespeeld. Maar niet jij. Je spurtte je onder de bal. Uit je ooghoek kijkend naar de net. Twee polsbewegingen later hing de bal perfect op positie twee. Contreras met de smash, een verbouwereerd blok zwaaide instinctief nog met de handjes maar het kwaad was geschied. Boem. De bal pal op de grond. Wereldpas. Vintage Depestele.

Ik stond net in het verlengde van de passlijn en vraag mij tot op vandaag nog steeds af hoe je dat in godsnaam voor mekaar speelde.

Eviva Contreras. Hoeveel keer hief het huisorkest in Schiervelde dit liedje wel niet aan?

De chemie tussen jij en de goedlachse Mexicaan is legendarische nostalgie. We wisten allemaal hoe laat het was in money-time: snelle pass van Frank naar Ivan. En toch. Keer op keer. Pu(n)t. Een jarenlange garantie op succes. In de annalen van het Belgische topvolleybal worden jullie namen in één adem genoemd.

Maar evengoed samen met die van Wout Wijsmans. Beste maatjes zijn jullie. En toch nooit samen gespeeld op het hoogste niveau. Integendeel. Volgend seizoen spelen jullie tégen elkaar. Onze twee toppers kruisen de degens voor de Belgische titel en beker. Handjes knijpen en oogjes wrijven is dat voor de volleybalsupporter. Een mooier sluitstuk van twee topcarrières kan je niet bedenken.

Altijd al kreeg je meer erkenning in België dan je boezemvriend. Je speelde dan ook meer en langer in onze competitie én speelde een dragende rol bij de Red Dragons. Wout werd een halve Italiaan, jij werd een Red Dragon. En tussendoor ook ereburger van Lennik. Je telt ze op één hand de volleyballende ereburgers in ons landje.

Meer zelfs. Dit jaar werd je bekroond tot Red Dragon van het jaar. Onderbouwd door je verkiezing als beste spelverdeler in de Franse competitie en het behalen van de bekerfinale. Ze zouden je er ‘l’homme aux doigts d’or’ noemen. De man met de gouden handen. Faut le faire als Belgische volleyballer in het buitenland.

Er is eigenlijk maar één iets dat ik je echt kwalijk neem…

Dat lang haar van enkele jaren geleden 😉 Ik heb zo’n hoopvol vermoeden dat je vandaag de dag er ook niet vrolijk van wordt als je er op terugkijkt. Maar ach, je bent een volleyvedette of je bent het niet. Jij bent het en dus mocht het.

Een bon vivant, dat was je ook. Na je (voorlopig) laatste titel in België verkondigde je dat je ‘het aantal pintjes niet had geteld, maar het waren er heel wat’. Even legendarisch zijn je fratsen naast het veld of op training waarvan we waarschijnlijk het merendeel nog niet weten.

Zo slofte je blijkbaar eens door een training van de Red Dragons enkele jaren geleden. Eufemistisch gezegd kunnen we stellen dat je niet echt topgemotiveerd was die dag. De passes vlogen alle kanten uit. Tot Dominique Baeyens afsloot met een opslagspelletje. Driemaal de doelwitten op het plein raken met de opslag. Je serveerde drie keer, trof meteen drie keer raak en zette je dan ostentatief in de tribune om je teamgenoten te jennen. Vergezeld met een heerlijke knipoog. Ook dat is Frank Depestele. Mentor en lolbroek gebundeld.

En ach, die opslag. Enkele korte botsen op de grond, de bal spinnen in de hand, die dan tossen met een twist en aan de zijkant raken. Een bal bol van het effect. Kort of diep. Talloze keren nageaapt door menig jeugdige volleyballertjes op training. Ook ik. Je inspireert met je manier van spelen. Maar niemand doet het met zo’n flair en zo accuraat. Nog zo’n handelsmerk.

Frank, je stamt nog een beetje uit het verleden toen er nog geen Dragons waren. Geen bekerfinales voor uitverkochte Sportpaleizen of televisiecontracten met Telenet. Internationale kampioenschappen waren enkel een illusie. Maar het is beetje deels dankzij jou dat we vandaag over dergelijke dingen mogen en kunnen dromen. Sommige dromen kwamen zelf al uit ondertussen.

En door je / jullie terugkeer mogen we zelf verder dromen. Wars van enig sympathie voor een volleybalclub in België hoop ik nu toch stiekem op twee finales Lennik tegen Maaseik. Een strijdtoneel als het Sportpaleis verdient dat.

En als ik dan even heel hoopvol mag dromen dan zie ik concreet volgend scenario voor mij in de bekerfinale. Voor een uitverkocht Sportpaleis. Uiteraard.

Twee sets tegen twee. De vijfde set in money time: 13-13. Jij aan de opslag en Wout op positie twee. Dit kan alle kanten uit. Twee servicebommen van Frank Depestele en Lennik pakt de beker. Of een sublieme side-out en dito service van Wout Wijsmans en Maaseik triomfeert. Wat het dan wordt, maakt mij niet uit.

En reken maar dat ik erbij zal zijn. Jou zien spelen is stelen met de ogen. Zo zag ik je de laatste keer live spelen tegen Griekenland in de Lange Munte in Kortrijk. Veel te lang geleden. Een stugge kwalificatiematch. Je leidde de Red Dragons naar het EK dankzij een golden set die met 15-13 werd gewonnen. Een kapitein zoals het hoort te zijn. Een nieuw ijkpunt in de Belgische volleybalgeschiedenis. Getekend, Frank.

Je laatste clubwedstijd die ik live zag, is nog langer geleden. Met Roeselare tegen Maaseik in de play-off finale voor de Belgische titel. Het was het seizoen 2010 – 2011. Jullie wonnen de beslissende wedstrijd in eigen huis en jij was Speler van het Jaar. Je klom op de scheidsrechtersstoel en hief de schaal de hoogte in. Als een baas.

Frank, je wordt binnen enkele weken 38 jaar oud en ik moet mij ervan vergewissen deze brief in de tegenwoordige tijd te schrijven. Je bent immers nog niet speler af. Objectief bekeken, mogen we wel stellen dat je misschien je beste jaren achter de rug hebt maar ik twijfel er niet aan dat je toch nog voor enkele memorabele ‘Frank Depestele momenten’ zal zorgen.

Geniet ervan en dat de beste moge winnen het komende seizoen.

Sportieve groet,

SPORT.Blog

2 thoughts on “Geachte heer Depestele, Beste Frank,”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s