Reinaldo ‘Rey’ Romero: van topvolleyballer tot Cubaans staatsvijand (Deel 3)

Het was een zondag meent hij zich te herinneren. De dag dat hij voor het eerst volleybal leerde kennen. Het werd de rode draad door zijn leven en leidde hem via Honduras naar Gent. Vanaf het moment dat hij door Cubaanse scouts werd ontdekt, draaide hij mee in het veeleisende cascadesysteem van het Cubaanse sportbeleid. Tot hij er in 1993 uitstapte, op zoek naar een betere toekomst. Reinaldo ‘Rey’ Romero ondervond aan den lijve de consequenties van het scheefgetrokken Cubaans sportbestel. Een passend afsluitend interview in dit drieluik van Extrasport.be over het Cubaanse volleybal. Lees verder Reinaldo ‘Rey’ Romero: van topvolleyballer tot Cubaans staatsvijand (Deel 3)

Cubaanse impasse (Deel 2)

Zes Cubaanse volleybaltoppers vluchtten in 2001 na het kersttoernooi van de Witte Molen naar Italië. Hun familie lieten ze achter, hun volleybalbond lieten ze zitten. De ontsnapping blijkt slechts het topje van de ijsberg te zijn en exponent te staan voor de impasse waarin het Cubaans sportbestel in verzeilt raakte. Een Cubaans sport- of coachtalent is namelijk een gevangene van zijn land waar sport dient als katalysator voor succes voor Cuba. 

Anno 2001 was Havana een topteam met de beste spelers van de wereld. Gedragen door een reeks ongelofelijke talenten leken ze bijna garant te staan voor een decennium van volleybaldominantie. Naar het voorbeeld van de Cubaanse nationale ploeg bij de vrouwen die in de jaren negentig driemaal na elkaar goud won op de Olympische Spelen. In een eerste artikel kon u al lezen hoe ze dankzij een uitgekiend sportbeleid structureel succes opbouwden met wereldwijd aanzien.

Nada voor Havana

Wat er nu van die gehoopte dominantie geworden is twaalf jaar en drie Olympische Spelen later? Nada. De Cubaanse nationale volleybalploeg van de mannen behaalde sindsdien geen enkele olympische medaille meer. Sterker nog, ze namen zelfs geen enkele keer meer deel. Het epicentrum van de volleybaldominantie lag de afgelopen jaren dan toch niet in de Caraïben.

Een zilveren medaille op de World Championship in 2010 in Italië, twee bronzen medailles in de World League (2005 in Belgrado en 2012 in Bulgarije) en een zilveren medaille op de World Grand Champions Cup in 2009 in Japan. Dat zijn de belangrijkste adelbrieven die de heren van Havana de afgelopen twaalf jaar hebben verzameld. In deNORCECA Championship werd het dan wel eindwinnaar in 2009 en 2011, maar met slechts vijf deelnemende lokale landen is dit geen referentie.

Kleine uitschieters

Cuba eindigde in 1999 nog tweedes op de World Cup (het vierjaarlijkse kwalificatietornooi voor de Olympische Spelen). Het deed pas in 2011 terug mee. Het werd toen vijfdes en plaatste zich opnieuw niet voor de Olympische Spelen want slechts de eerste drie plaatsten zich. Een land kon zich kwalificeren via de World Cup of via internationale en continentale kwalificatietornooien.

Enkele kleine uitschieters niet nagelaten kunnen we dus besluiten dat Cuba pas sinds 2010 internationaal opnieuw een beetje begint mee te spelen maar dat het zijn enorme spelerspotentieel niet heeft kunnen verzilveren in olympisch goud. Op de recente FIVB–ranking staan ze nu op de zevende plaats. Aangezien er zich elf ploegen kunnen kwalificeren voor het olympisch volleybaltornooi, het gastland is er altijd bij, hebben ze dus een reële kans om er in de toekomst opnieuw bij te zijn. Het lijkt de logica zelve uit sportief oogpunt, maar toch liggen de kaarten niet zo simpel.

Communistische sportbestel in Cuba

Om deze hele historiek te kunnen plaatsen is het noodzakelijk de politieke toestand van Cuba indachtig te zijn. Cuba staat voor communisme. Dit betekent dat iedereen gelijk is, sporters en hun coaches zijn daarin geen uitzonderingen. Begin jaren zestig verbood Fidel Castro alle professionele sporten in Cuba, een onderscheid tussen amateursport en professionele sport gaat immers in tegen het principe van ‘iedereen gelijk’. Castro’s verbod hield stand tot enkele maanden terug, zondag 3 november 2013 om heel precies te zijn, toen er voor het eerst in meer dan 50 jaar een professionele wedstrijd werd gespeeld in de National Baseball League van Cuba.

Begin jaren zestig verbood Fidel Castro alle professionele sporten in Cuba – © Wikimedia Commons
Begin jaren zestig verbood Fidel Castro alle professionele sporten in Cuba – © Wikimedia Commons

Een van de redenen waarom Cuba opnieuw professionele sportbeoefening toeliet, was om het aantal sporters dat naar het buitenland trok, terug te dringen. De talloze Cubaanse sporters die het waagden om in een professionele buitenlandse competitie te gaan spelen, werden zwaar gestraft met jarenlange schorsingen en mochten Cuba niet meer binnen. Ze moesten dus in een Cubaanse amateurcompetitie blijven sporten en werden daar heel weinig voor betaald. Dit zou ongeveer een maandelijks salaris van 20 dollar geweest zijn, olympische medaillewinnaars kregen wel nog een extraatje.

Meer dan vijftien gevluchte volleyballers

Vanaf januari 2014 volgt er na de recente historische baseballwedstrijd een nieuwe revolutionaire mijlpaal. Cubaanse sporters en trainers zullen vanaf dan 100 procent van hun inkomsten uit niet-Cubaanse competities mogen houden. Dit was tot nu slechts ongeveer 15 à 20 procent, het overige deel was integraal voor de Staat. Cubanen zullen in de toekomst mogen aantreden in buitenlandse professionele competities zolang ze hun verplichtingen ten opzichte van Cuba vervullen. Wat betekent dat ze in Cuba moeten zijn voor de jaarlijkse belangrijkste competities.

Eind jaren negentig deed Cuba al eens een dergelijke toegeving door aan de beste Cubaanse sporters en trainers huizen en auto’s te geven om hen te weerhouden om naar het buitenland te trekken voor vorstelijke salarissen. Het Cuban Sports Institute liet in 1999 sporters toe om in het buitenland te gaan spelen. Dit was echter voornamelijk voor oudere spelers weggelegd en aan een salaris dat officieel vastgelegd werd door de overheid.

Deze toegeving bleek onvoldoende en de talentvolle Cubanen trokken toch massaal naar het buitenland. Zo zouden er tegen 2007 bijna 50 landen zijn die verschillende Cubaanse sporters en trainers in dienst hebben. Tussen 2001 en 2007 zouden er bijvoorbeeld meer dan vijftien Cubaanse volleyballers politiek asiel gezocht hebben in Europa en Puerto Rico. In 2005 werd deze toegeving door de overheid opnieuw ingetrokken wegens weinig succesvol.

Contract van 68 miljoen dollar

Om u een idee te geven van de absurditeit van de situatie: een van de beste Cubaanse baseballspelers, Yulieski Gourriel, verdiende maandelijks een ‘topsalaris’ van 800 dollar door in de Serie Nacional, de Cubaanse amateurcompetitie, te spelen. Zijn collega-baseballspeler Jose Abreu tekende na bekendmaking van de nieuwe regel bijna meteen een contract bij de Chicago White Sox in de Mayor League Baseball  ter waarde van 68 miljoen dollar. Abreu speelde ervoor negen seizoenen in de Serie Nacional.

Jose Abreu tekende een contract bij de Chicago White Sox in de Mayor League Baseball ter waarde van 68 miljoen dollar. Zijn collega-basebalspeler Yulieski Gourriel verdiende maandelijks een ‘topsalaris’ van 800 dollar in de Serie Nacional, de Cubaanse amateurcompetitie – © Wikimedia Commons
Jose Abreu tekende een contract bij de Chicago White Sox in de Mayor League Baseball ter waarde van 68 miljoen dollar. Zijn collega-basebalspeler Yulieski Gourriel verdiende maandelijks een ‘topsalaris’ van 800 dollar in de Serie Nacional, de Cubaanse amateurcompetitie – © Wikimedia Commons

De zes volleyballende vluchters waren dus eerder regel dan uitzondering. Gezien hun status van beste volleyballers ter wereld op het moment van hun vlucht waren ze wel een prototypevoorbeeld om de onvrede tussen de Cubaanse sporters en het Cubaans sportbestel te typeren.

The Defectors

Achter een reden voor de vlucht uit Sint-Niklaas van de zes Cubaanse volleyballers moet u dus niet langer zoeken. In 2001 was er nog totaal geen sprake van voldoende toereikende toegevingen door de overheid. Kort na hun vlucht werd het Cubaans zestal door de Cubaanse overheid zoals alle vluchters bedacht met het koosnaampje ‘The Defectors’. Ofwel: ‘De Afvalligen’.

Ze werden ook allemaal voor twee jaar geschorst door de FIVB, de internationale volleybalbond. Beeldt het u maar eens in dat de voltallige Braziliaanse nationale voetbalploeg voor twee jaar wordt geschorst omdat ze voor een niet-Braziliaanse topploeg willen gaan spelen. Ondenkbaar is het.

De volgende vraag die kan gesteld worden, is natuurlijk hoe het de volleybalspelers in kwestie is vergaan na hun vlucht. De (extra-)sportieve gevolgen van hun escapade waren immers niet min, een volleybalverbod van twee jaar en achtergelaten families en vrienden. Hun volleybalwegen scheiden dan wel, maar we kunnen stellen dat vijf van de zes er nog in slaagden hun professionele carrière voort te zetten.

  • Leonel Marschall (Receptie-hoek, 34 jaar)
    Zoon van de toenmalige bondsvoorzitter en veruit de meest bekende speler van de zes door zijn fabelachtige sprongkracht van 128 cm hoog. Na zijn schorsing van twee jaar maakte hij in 2003 zijn debuut in Italië voor Pallavolo Piacenza. Hij speelde daarna voor Roma Volley, opnieuw voor Pallavolo Piacenza waarna hij in 2010 een miljoenencontract tekende bij het Turkse Fenerbache Istanbul.
  • Angel Dennis (Hoofdaanvaller, 36 jaar)
    De linkshandige hoofdaanvaller speelde na zijn schorsing in Italië voor Latina Volley, een jaartje in Qatar en daarna opnieuw in Italië voor Macerata en Modena. In 2006 werd hij door zijn huwelijk met de Italiaanse volleybalster Simona Rinieri ook Italiaan. Drie jaar later zou het huwelijk stranden.
  • Ihosvany Hernandez (middenaanvaller, 41 jaar)
    Volleybalde na zijn schorsing ieder jaar voor een andere ploeg. In Italië speelde hij achtereenvolgens voor Cuneo, Rome, Parme, Tarante en Vérone. Daarna volgde nog Fenerbahçe in Turkije, Resovia Rzeswow in Polen en Tomis Contanta in Roemenië. Zou nu in Spanje wonen en een volleybalschool hebben onder de naam ‘Voley A Lo Cubano’.
  • Ramon Gato (aanvaller, 40 jaar)
    Zette zijn carrière voort bij Verona tot 2008, speelde daarna kort in Qatar bij Al Arabi met medevluchter Angel Dennis. Hij keerde daarna terug naar Italië om voor Padova te gaan spelen, speelde vervolgens in Slovenië bij ACH Bled en sloot zijn carrière af bij de Italiaanse tweedeklasser Geotec Esernia. Vandaag zou hij in Spanje wonen en trainer zijn bij de volleybalschool van Hernandez.
  • Roman Romero Yasser (libero/receptie-hoek, 34 jaar) 
    De toenmalige libero van Havana speelde later nog voor Piacenza, Grottazzolina, Genova en Roma Volley in Italië. In het seizoen 2008-2009 schakelde hij over op beachvolleybal en nam deel aan de Puerto Rican Beach Volleyball Tour. Daarna speelde hij nog voor de Roemeense club Tomis Constanta. In de loop van zijn carrière evolueerde hij van libero tot receptie-hoek. Vandaag zou hij in Rome wonen met zijn familie.
  • Jorge Luis Hernandez Jack
    Broer van Ihosvany Hernandez die vermoedelijke stopte met volleybal na de vlucht. Over hem was geen informatie terug te vinden.

Afsluitend interview

In een laatste artikel van dit drieluik laten we tenslotte de voormalige Cubaanse topvolleyballer Reinaldo ‘Rey’ Romero aan het woord die exact twintig jaar geleden ook vluchtte uit Cuba. Hij vertelt ons zijn levensverhaal. Een innemende getuigenis die weerspiegelt welke (extra-)sportieve gevolgen een ban uit Cuba had én heeft want tot op vandaag mag hij Cuba nog altijd niet binnen. Zelfs niet voor de begrafenis van zijn eigen vader in 2009. Het betekende het begin van een depressie maar ‘Rey’ knokte zich onder andere via het volleybal terug. Vandaag woont hij in Gent en was hij bereid om zijn verhaal te doen aan Extrasport.be.

Witte Molen in moeilijkheden

De vlucht van Havana in 2001 begon op het kersttoernooi van de Witte Molen in Sint-Niklaas. Het tornooi, ook wel Flanders Volley Gala genoemd, bood jaarlijks de kans om internationaal topvolleybal te zien. Sinds de oprichting in 1981 ging dit tornooi maar liefst 27 maal na elkaar door. In 2008 kon het tornooi door organisatorische problemen niet plaatsvinden. Een korte heropleving één jaar later ten spijt werd er na 2009 geen topvolleybal meer geserveerd in Sint-Niklaas tussen Kerst en Nieuw. Een spijtige zaak, dit traditierijke Kersttornooi verdiende beter.

Dat het echt wel een internationale uitstraling had, toont de erelijst met winnende ploegen uit maar liefst elf verschillende landen. Van China tot Cuba kwamen ze naar Oost-Vlaanderen om te volleyballen. Ook de Belgische ploegen bewezen zich er in de loop van de jaren. Zo won het roemrijke Ibis Kortrijk er driemaal in de jaren tachtig en is Knack Roeselare recordhouder met vier overwinningen, waaronder de laatste editie in 2009. Sint-Niklaas organiseert jaarlijks wel nog een manche van het Belgian Beachvolley Championship.

In 2012 organiseerden Marc Pincé (organisator van de Witte Molen) samen met Topvolley Precura Antwerpen een hernieuwde editie. De locatie van het tornooi verhuisde naar Antwerpen en met een gewijzigde competitieformule. In 2013 volgde er een volleybalweekend met op zaterdag de Supercup bij de mannen en de vrouwen en op zondag speelde Topvolley Precura Antwerpen een wedstrijd tegen de Duitse kampioen Berlin Recycling Volleys.

Cubaanse escapade uit Sint-Niklaas (Deel 1)

Het Cubaanse topvolleybalteam Havana kwam twaalf jaar geleden naar Sint-Niklaas om er deel te nemen aan het jaarlijkse prestigieuze kersttoernooi van de Witte Molen. Na het verliezen van de finale tegen het Franse Paris Volley verdwenen zes van hen. Onverwachts en op het eerste zicht spoorloos. Een goeie 24 uur later duiken ze op in Rome. Vastbesloten om er in navolging van hun ultieme droom (opnieuw) aan de slag te gaan in de Italiaanse volleybalcompetitie. Maar zo simpel paste die puzzel helaas niet in elkaar. 

Protagonisten in dit verhaal zijn Ihosvany Hernandez, Angel Dennis, Jorge Luis Hernandez Jack, Roman Romero Yasser, Ramon Gato en Leonel Marschall. Zes Cubaanse topspelers van Havana, behorende tot de beste volleybalspelers ter wereld op dat moment. Vooral die laatste was een natuurtalent met een onwaarschijnlijke sprongkracht van 128 cm. ‘His Royal Airness’ van het volleybal. Marschall heeft uitstekende genen want hij is de zoon van de voorzitter van de Cubaanse volleybalbond Leonel Marschall Senior, zelf een levende volleyballegende die deel uitmaakte van de Cubaanse selectie voor de Olympische Spelen van 1976 en 1980.

Op het kersttoernooi van de Witte Molen editie 2001 werd het West-Vlaamse Knack Roeselare zesde en laatste na het Spaanse Almeria. Zeker geen schande want in dit prestigieuze en sterk bezette tornooi werden Moskou en Istanbul respectievelijk derdes en vierdes, de finale werd gewonnen door Paris Volley. Havana werd een knappe runner-up. Geen vuiltje aan de Sint-Niklaase lucht tot zover. Maar dan bleek plots dat bijna de volledige ploeg van Havana eensklaps verdwenen was de volgende dag. Op de vlucht. Begeleiders en organisatoren in het ongewisse latend.

De olympische traditie van Cuba

De contacten om hun vlucht te organiseren, werden waarschijnlijk gelegd tijdens de internationale tornooien waar Havana eerder aan deelnam. Havana was de Cubaanse nationale volleybalploeg van de Federación Cubana De Voleibol met maar één doel: goud behalen op de Olympische Spelen in Athene van 2004.

Cuba had een eer hoog te houden op het olympische volleybaltoneel. De Cubaanse nationale vrouwenploeg behaalde van 1992 tot 2000 driemaal (!) na elkaar olympisch goud. Noem ze gerust de beste vrouwelijke volleybalploeg ter wereld van de jaren negentig. De mannen moeten het afleggen met ‘maar’ een bronzen medaille in 1976 als beste resultaat.

De heren van Havana stonden rond de eeuwwisseling garant voor een fameus spelerspotentieel en lonken naar een topprestatie. Een terechte ambitie. In 2001 wonnen ze nog goud op de Grand Champions Cup en op de Witte Molen in Sint-Niklaas verloren ze zoals eerder geschreven pas in de finale tegen Paris Volley. De Fransen wonnen het jaar ervoor de CEV Top Teams Cup (zeg maar de Europa League in het volleybal) en zouden enkele maanden later de CEV Champions League winnen. Kortom, Havana verloor de finale van misschien wel het sterkste volleybalteam in Europa op dat moment.

Wortels van sportsucces

De reden waarom Cuba zo tuk leek op de Olympische Spelen was omdat het er vaak successen oogste. Cuba behaalde het derde hoogste aantal medailles (na Hongarije en Roemenië) onder de landen die nog nooit de Olympische Spelen organiseerden.

De wortels voor dit succes liggen in The National Institute of Sport, Physical Education and Recreation (INDER). Opgericht in 1961 is het tot op vandaag nog de basis voor de huidige sport en opleidingsprogramma’s in Cuba. Zo is er een detectiesysteem dat talentvolle jonge sporters onderbrengt in sportgeoriënteerde scholen. Daar worden sporten zoals atletiek, basketbal, honkbal, turnen en volleybal onderwezen. De beste leerlingen van de klas nemen deel aan de Cuban Summer Junior Olympics waar de allerbesten in elke sport worden geselecteerd voor scholen die  specifiek gericht zijn op een bepaalde sport. Cuba creëerde zo in de loop der jaren een broeihaard aan spelers – en trainerstalent met wereldwijd succes en aanzien.

In Sydney 2000 traden ze aan met een delegatie van 229 atleten die in totaal 29 medailles haalden, waaronder elf gouden, elf zilveren en zeven bronzen. In de medaillestand eindigden ze op een negende plaats, niet slecht voor een land met maar elf miljoen inwoners. Ter vergelijking, België eindigde in Sydney op de 55e plaats in de medaillestand. Zonder één gouden medaille en dat met een gelijkaardig bewonersaantal. De Cubaanse volleybalbond droomde dus met recht en rede luidop van succes op de volgende Olympische Spelen in Athene.

Gevlucht naar Rome

Op vrijdag 28 december 2001 dachten de 22-jarige Marschall en co echter niet aan olympische roem. Vanuit de hotelkamer van Marshall belde het Cubaanse vijftal voor ongeveer 1.000 euro naar Italië en Cuba. Een zesde speler, Angel Dennis, was dan al vertrokken. Hoewel de telefoons, net als de minibar en de betaaltelevisie, geblokkeerd waren, slaagden ze er toch in om buiten medeweten van het Crown Plaza hotel een telefoon te reactiveren. Cubaanse begeleiders merkten plots de verdwijning op, deden aangifte maar veel kon de politie niet doen. De spelers waren immers meerderjarig en beschikten over een toeristenvisum dat geldig was tot 31 december. Alian Roca en Pavel Pimienta hielden zich als enigsten van de Cubaanse selectie braaf aan dit toeristenvisum en bleven achter in België.

Angel Dennis © Wikipedia
Angel Dennis © Wikipedia

Op 30 december doken de heren volleyballers na een treinrit van ongeveer 1.500 kilometer op in Rome, hartje Italië. Hun eerste reactie luidde dat ze enkel om sportieve redenen waren gevlucht, dus niet om politiek asiel aan te vragen. Volleyballen in Italië als drijfveer dus voor hun vlucht. Sommigen lieten hiervoor vrouw en kind achter in Cuba. Ze drukten zelf nog hun wens uit om te mogen blijven spelen voor de Cubaanse nationale ploeg. Spelen voor een Italiaanse ploeg kon echter niet zomaar want voor internationale transfers moest het land van oorsprong, Cuba dus, transferdocumenten ondertekenen. In een eerste reactie schorste de Cubaanse bond het zestal meteen voor vijf jaar. Een verhaal van enkel maar verliezers leek in de maak. De olympische droom van de Cubaanse volleybalbond aan diggelen, de Italiaanse droom van de spelers verder weg dan ooit.

Cubaanse escapade gestrand

Tot zover het verhaal zoals het de wereld rondging. We schrijven 31 december 2001, hartje winter en de Cubaanse escapade lijkt gestrand in Rome. Een verhaal van een complexe puzzel die niet lijkt te passen. Spelers en bond in de steek gelaten door elkaar.

In een volgend artikel reconstrueert Extrasport.be voor u wat er van de Cubaanse topspelers is geworden, twaalf jaar na hun vlucht en hoe het Havana nog verging op de Olympische Spelen.

We beantwoorden ook de meest pertinente vraag: waarom riskeren zes van de beste volleyballers ter wereld hun carrière en kans op olympische glorie door hun geboorteland Cuba in de steek te laten?

In een derde en laatste artikel laat Extrasport.be een voormalige speler van Havana aan het woord. Op de Centraal-Amerikaanse Spelen in 1993 vluchtte ook hij. Drie van de zes vluchters van de Witte Molen waren ex-collega’s van hem. Nu, twintig jaar later, wacht hij nog altijd op toelating om terug te mogen keren naar Cuba.

Deelnemen is belangrijker dan winnen

Beter dan de titel kan je de uitslag van het Sportgala 2013 niet omschrijven. Een bronzen en een zilveren Europese medaille ten spijt was het toch Koning Voetbal dat de plak zwaaide op de jaarlijkse hoogmis van de Belgische sport. De heren voetballers plaatsten zich eens voor een tornooi en werden meteen gebombardeerd tot Ploeg van het Jaar. Halen ze daar straks de tweede ronde dan staat niets hun heiligverklaring in de weg. Mirakels zijn daar zelfs niet voor nodig.

Pierre de Coubertin
Pierre de Coubertin © Wikipedia

Wat meer realisme lijkt hier wel op zijn plaats. Een beetje erkenning ook. Dat Valérie ‘Zus van’ Courtois geen Sportvrouw van het jaar werd kan niet onterecht worden genoemd. Ze speelde zeker een knap EK en won daar ook de trofee van ‘Beste libero’ voor. Haar nominatie deint hoogstwaarschijnlijk nog op de hype die de Yellow Tigers veroorzaakte tijdens hun overwinningstocht op het EK. Dat ze een bekende broer heeft die toevallig goed ballen tegenhoudt zal ook wel zijn rol spelen, maar haar prestatie was algemeen beschouwd heel knap.

Net als de voltallige kern van de Yellow Tigers. Volleybal is een ploegsport en met drie speelsters in de top tien van Sportvrouw van het Jaar werd het zeker niet tekort gedaan. Charlotte De Vos was de enigste hockeyspeelster die individueel een top tien plaats kon versieren. Ze werd zesdes. Bij de mannen geen spoor van individuele erkenningen. Een kleine gemiste kans op waardering maar opnieuw geen schande, het blijven uiteindelijk ploegsporten.

Marc Wimots werd Coach van het Jaar en deelde letterlijk mee dat hij zich van deze prijs ‘geen bal aantrok’. Gert Vande Broek werd tweedes. Of hij zich ook geen bal van deze trofee aantrekt weten we niet. Hopelijk niet want hij verdiende ze wel als grote inspirator van de opleving van het Belgische vrouwenvolleybal. Wat Wilmots presteerde is natuurlijk ook knap en zal in juni zeker en vast voor de nodige volksfeesten zorgen op menig markpleinen maar staat in hele andere context. Gert Vande Broek en Pascal Kina (hockeytrainer die vierdes werd) slaagden er in een sport die nog niet tot de scheenbeschermers reikt van Koning Voetbal in het voetlicht te plaatsen. Het Belgisch sportpubliek enthousiasmeren voor een ‘kleinere sport’ én terloops resultaten behalen verdient meer waardering.

Dan maar volleybal en hockey op het hoogste schavot bij Ploeg van het Jaar? Ook niet. De Duivels lieten opnieuw de Tigers en Lions achter hen. Dat de Belgische sportwereld meer en meer op een dierentuin begint te lijken is een ander verhaal maar het punt blijft dat deze uitslag echt wel teleurstellend was. Resultaten ondergeschikt aan de hype. Een Europese bronzen en zilveren medaille gedevalueerd tot een voetnoot in de Belgische sportgeschiedenis.

Niet alleen het volleybal en hockey werden ondergewaardeerd. Ann Wauters en Dirk van Tichelt zijn maar twee voorbeelden van de willekeur voor de kleine sporten. Het Sportgala is een populariteitspoll geworden. Wat misschien nog het meest verrast is dat het in deze poll niet Jan Modaal is die zijn stem uitbrengt maar wel sportkenners. Sportjournalisten, fotografen, cameramannen en ex-laureaten vellen hun oordeel. Net daarom hoop je dan ook dat sportieve resultaten naar waarde zullen worden beoordeeld. Het was een kans om het grote publiek te wijzen op de (toekomstige) diversiteit van ons sportlandje.

Maar we beweren niet dat de sportkenners hun huiswerk niet hebben gedaan. Ze brachten het Sportgala terug tot de essentie van de olympische gedachte. Pierre de Coubertin sprak namelijk ooit: “Het belangrijke in het leven is niet de triomf, maar de strijd, het essentiële is niet om te hebben gewonnen maar om goed te hebben gestreden.”

Wout Wijsmans: wereldklasse in een vergeethoekje

Als een Belgische voetballer nog maar een grassprietje laat bewegen aan de overkant van het Kanaal voelen we collectief het chauvinisme opborrelen. Kranten vol lof en net geen Koninklijke felicitaties vallen hem te deel. Als een Belgische sportman in zijn carrière drie Italiaanse bekers, de Italiaanse Supercup, een Italiaanse titel oftewel ‘de scudetto’, eenmaal de Europese CEV Cup wint en tot tweemaal toe wordt uitgeroepen tot ‘Speler van het jaar’ als beste receptie-hoekspeler in Italië, toch hét volleybalwalhalla, geven we hem een vijftal zinnen in de schaduw van de sportkatern. Wout Wijsmans is wereldklasse, helaas voor hem in het volleybal. Lees verder Wout Wijsmans: wereldklasse in een vergeethoekje

Belgisch volleybalseizoen: over Icarus, Beerschot en de Oude Belgen

Ons land kende een fantastische eindzomer met het EK volleybal. Vele volleyballeken leerden de sport kennen en de Golden Dragons en Yellow Tigers werden een begrip in België. Gelukkig moet u niet lang op uw honger blijven zitten want de hoogste volleybalcompetitie, de Liga A, is van start gegaan. Na het intermezzo van Lennik kregen we vorig jaar de wedergeboorte van de aloude klassieker: Knack Roeselare tegen Noliko Maaseik. Zijn we vertrokken voor nog eens vijftien jaar pendelen tussen Limburg en West-Vlaanderen?

Knack Roeselare
© Facebook

Zowel Knack Roeselare als Noliko Maaseik hebben zo hun redenen om in april terug op het appel te zijn in de play-off finale. Roeselare zou maar wat graag hun droomseizoen herhalen in hun 50-jarig jubileumjaar, terwijl een vertimmerd Maaseik eerherstel zoekt. De Supercup van afgelopen weekend kan in elk geval niét als referentie dienen. Roeselare won weliswaar met 3-1 maar door het EK kenden beide ploegen verre van een optimale voorbereiding. De ploeg met het meeste automatismen won van een ploeg volop in opbouw. Het was een Supercup die niet meer voorstelde dan een intensieve oefenmatch. De seizoenstart staat dus beetje synoniem voor voorbereiding bij beide topploegen, iets waarvan andere ploegen misschien wel gebruik van kunnen maken.

Lennik 2.0
Traditioneel zullen er opnieuw enkele ploegen pretenderen om hun voet naast Maaseik en Roeselare te zetten. Het is echter oppassen geblazen na de Icarusvlucht van Asse Lennik: hoog vliegen met het behalen van de play-off finale en Champions League, maar het financiële en structurele plaatje klopte helaas niet. Lennik nam afscheid van de Nederlandse coach Marko Klok en verwelkomde Leeuwenaar Johan Devoghel die er in een eerder verleden al eens vijf jaar assistent-coach was onder Alain Dardenne (huidige Menen-coach). Lennik neemt duidelijk een doorstart en trok een zevental nieuwe spelers aan. Of ze een rol van betekenis kunnen spelen, valt te betwijfelen maar met de ervaren spelverdeler Tim Verschueren hebben ze zeker een belangrijke ervaren factor in de ploeg. Een stabiel seizoen draaien met een uitschieter lijkt desondanks het hoogst haalbare.

Menen moet bevestigen
Wie vorig jaar de rol van uitdager van de Grote Twee op zich nam, was het verrassende Prefaxis Menen. Na fantastische play-offs moesten ze maar nipt de duimen leggen tegenover Maaseik in de strijd om de tweede plaats. Met een duidelijke Belgische tint streven ze er bij Menen naar om dat te herhalen. Als beloning voor hun puike seizoen treden ze dit seizoen aan in de CEV-cup. Hun Europese thuismatchen spelen ze wel bij de West-Vlaamse buren in Sporthal Schiervelde, thuishaven van Knack Roeselare. Een verrassend weetje over Schiervelde is trouwens dat de zaal in principe zelf afgekeurd is voor Champions League, de FIVB staat echter al jaren een uitzondering toe vanwege de bewezen staat van dienst van Knack Roeselare in de CL. Ongetwijfeld ook in de wetenschap dat een volledige nieuwe sporthal bouwen gewoonweg teveel geld kost in huidige tijden.

Een aangename (her)aanwinst voor de Belgische competitie is Julien Lemay die overkomt van het Franse Tourcoing. De kwieke Fransman werd in 2007 bij Knack Roeselare nog uitgeroepen tot beste libero van de competitie én de Champions League en moet zorgen voor stabiliteit in de receptie bij Menen. Daarnaast werden de contracten van sleutelspelers Anshel Ver Eecke, Dragan Radovic en kapitein Jelle Sinnesael verlengd. Aan de pas spelen volgend jaar de Nederlander Daan Van Haarlem en het jong Belgisch talent Lienert Cosemans. Het grote vraagteken blijft echter of het vertrek van ervaren rot Kristof Hoho kan worden opgevangen. Aan coach Alain Dardenne om deze vraag te beantwoorden.

Bye bye Beerschot
Geen eersteklassevoetbal meer op het Kiel maar niet getreurd want de Antwerpenaren hebben een mooi alternatief: Topvolley Antwerpen. De club zit volop in de lift. Een fantastisch parcours in de competitie kende vorig jaar geen gevolg in de play-offs, waar uiteindelijk slechts een vierde plaats werd behaald, waardoor er toch een wrange nasmaak moet geweest zijn. Coach Kris Tanghe verklaarde na afloop van vorig seizoen al dat de ambities voor het volgend seizoen ofwel de bekerfinale ofwel de Play-off finale zijn. Straffe uitspraken en een duidelijk signaal dat de stap van subtop naar top wil gezet worden. Antwerpen telde vorig jaar een van de smaakmakers van de Belgische competitie in zijn rangen, het Deense dynamiet Mads Ditlevsen. Met Yannick Van Harskamp aan de pas (ex-Maaseikspeler met twee Belgische titels en twee bekers op zijn palmares) erbij is het nu of nooit voor Topvolley Antwerpen.

Tandem Tervaportti-Tuerlinckx
Routine versus rotatie, automatismen versus veranderingen, Knack Roeselare versus Noliko Maaseik anno 2013. Knack Roeselare bouwt dit jaar verder op het succesrecept van vorig jaar terwijl Noliko Maaseik een complete make-over kreeg in het tussenseizoen met maar liefst zeven nieuwe spelers. Belangrijkste aanwinst bij Roeselare is ongetwijfeld de terugkeer van Matthijs Verhanneman. Hij keert terug na een Italiaans avontuur dat niet echt als een groot succes kan bestempeld worden. Verhanneman zal er dus op gebrand zijn zich te tonen, zeker nadat hij op het EK ongelukkig uitviel met een enkelblessure. Knack Roeselare telt nog altijd de beste spelverdeler van de Liga A in de rangen, de Fin Eemi Tervaportti, die beschikt over een moordende floatopslag en een openbaring was op de pas vorig jaar. Stijn D’Hulst is al voor het vierde jaar op rij een ideale stand-in. Belangrijkste schakel vorig jaar (en ook uitgeroepen tot Speler van het jaar) was kapitein Hendrik Tuerlinckx, een spectaculaire hoofdaanvaller met springveren in de schoenen en buskruit in de arm. Zonder ongelukken belooft de tandem Tervaportti-Tuerlinckx opnieuw vuurwerk te geven.

Italiaanse creativiteit in Limburg
Jarenlang verzamelde Noliko Maaseik titels en bekers alsof het knikkers waren. De moedige beslissing om met Brecht Van Kerckhove als hoofdcoach verder te gaan na het tijdperk Vital Heynen, liep vorig seizoen helaas faliekant af. Het hele seizoen wroetten de Limburgers op zoek naar hun beste spelniveau. Een herboren Knack Roeselare bleek echter op alle vlakken vele maten te groot. Na amper één jaar mocht Van Kerckhove beschikken, hij vond onlangs een nieuwe uitdaging bij de Vlaamse Volleybalbond als Directeur Sportkader Opleiding. Vincenzo Di Pinto volgde hem op en moet als kersverse hoofdcoach Maaseik opnieuw op het juiste spoor zetten. De 55-jarige Italiaan coachte al verschillende Italiaanse ploegen en zo ook de Spaanse nationale ploeg op het WK in 1998 waar ze knap achtste werden. Opmerkelijk is dat Di Pinto op dat EK uitgeroepen werd tot meest creatieve coach. Als assistent werd in eerste instantie Jo Van Decraen aangenomen, maar die haakte in september om persoonlijke redenen af waardoor Maaseik in allerijl Giovanni Torchio aantrok als vervanger. In Limburg zal er net als vroeger opnieuw een mondje Italiaans te horen zijn.

Maaseik dus op zoek naar eerherstel. Wie alvast mee zal helpen zoeken, zijn Kristof Hoho en Matias Raymaeckers. Twee Oude Belgen met aardig wat ervaring en titels op de teller. In de Supercup bewezen ze alvast iets extra’s te kunnen brengen. Maaseik trad in de Supercup trouwens aan met vijf Belgen in de basis, de enige buitenlanders waren de Nederlandse Brit Michaël Parkinson en de Argentijn Federico Pereyra. De Argentijn komt over van het Italiaanse Brolo en maakte deel uit van de nationale selectie van zijn land op de Olympische Spelen in Londen. Het valt nog af te wachten of dit vernieuwd Maaseik in staat zal zijn om Roeselare het vuur aan de schenen te leggen.

De spanning die we bovenin hopelijk zullen kennen zal onderin dit jaar ver te zoeken zijn. Dit jaar zijn er namelijk geen dalers in de Liga A. De ploeg die hier waarschijnlijk nog het meest dankbaar voor is, is VDK Gent. Na hun fiascojaar een vijftal jaar geleden (één seizoen in de hoogste klasse met een ticketje retour) krijgen ze de kans om een overgangsjaar te hebben en alles structureel op punt te stellen.

Kweekvijver voor talent
U hebt ongetwijfeld de volleybalsmaak volledig te pakken na de recente exploten van onze nationale ploegen.  Vele Tigers en Dragons spelen dan wel in het buitenland, de Belgische volleybalcompetitie is meer dan ooit de kweekvijver voor jong talent. Belgische jeugd krijgt volop kansen op alle niveaus en daar kunnen we alleen maar tevreden over zijn. In het competitiebegin loert er altijd een stunt om de hoek en in de play-offs is er spektakel van hoog niveau gegarandeerd. Het loont dus beslist de moeite om enkele volleybalmatchen mee te pikken dit seizoen. U ziet dan misschien wel een potentiële olympische medaillewinnaar spelen, die kans laat een sportliefhebber toch niet liggen?

Vrouwen van Kieldrecht willen revanche

Bij de vrouwen won landskampioen Gent de Supercup na een simpele 3-0 zege tegen bekerwinnaar Oudegem. Gent domineerde de hele match en kwam amper in de problemen terwijl Oudegem toonde dat het nog wat tijd nodig heeft. Na drie opeenvolgende titels van Asterix Kieldrecht was het vorig jaar Gent dat zijn eerste landstitel in de Eredivisie mocht vieren. In de finale van de play-offs haalde Gent het toen met 2-1 van Kieldrecht. Hermes Oostende blijft recordhouder met 13 titels, weliswaar te danken aan hun traditierijk verleden want de laatste Oostendse titel dateert al van 1987. Gent hoopt dit jaar te bevestigen, terwijl Kieldrecht ongetwijfeld belust is op revanche. Het belooft spannend te worden in de Belgische volleybalcompetitie dit jaar.