Liefde in tijden van Olympische Spelen

Toen hij bij zijn laatste run in Vancouver vier jaar geleden crashte met zijn viermansbobslee, zat zij huilend voor de tv in het olympisch dorp. De stuurloze bobslee die de baan van het Whistler Sliding Centre afgleed, illustreerde de malaise van team GB. Britse smart troef. Het Britse bobsleekoppel Paula Walker en John Jackson deelde mee in de ellende. Romantische plannen voor Valentijn zullen ze waarschijnlijk niet hebben vandaag. In Sotsji zijn ook zij uit op revanche.

Naast hun passie voor bobslee hadden ze ook dezelfde werkgever: The British Army. John (36) was er korporaal in de Comando Unit van de British Royal Marines en daarna All Arms Physical Training Intructor (AAPTI). Nu is hij voltijds bezig met bobslee. Paula (27) is in dienst bij de Royal Corps of Signals.

Fiasco in Vancouver

Een goeie 6,5 miljoen pond investeerde de Britse Nationale Loterij in de Britse delegatie voor de vorige Olympische Winterspelen in Canada. Het werd een fiasco met slechts één Britse medaille. Amy Williams won in het skeleton de eerste gouden medaille voor de Britten op de Olympische Winterspelen in 30 jaar maar dit was slechts een druppel op een hete plaat.

Londen 2012 maakte natuurlijk veel goed voor Team GB. Met 65 medailles werden het hun beste Olympische Spelen sinds 1908. De volgende missie voor de Britten is eerherstel op de Winterspelen. Zo’n 56 atleten, de grootste Britse delegatie ooit, moeten zorgen voor drie à zeven medailles. Dit moeten de beste Olympische Winterspelen ooit worden voor Team GB. En dat het van moetens is, toont opnieuw het prijskaartje: 14 miljoen pond.

Vluggertjes op het ijs

John Jackson en Paula Walker, samenwonend in Trowbridge, Wiltshire, maken ook deel uit van deze Britse delegatie. In Vancouver crashte hij en werd zij 11de in haar tweevrouwsbob. Paula crashte ook maar gelukkig enkel op training. Je geliefde aan meer dan 100 kilometer per uur een ijsbaan zien afglijden, het is geen alledaagse relatie. Vluggertjes, maar dan niet in de context van de dag.

Bij hun crashes hoort wel een kanttekening. Volgens de Internationale Rodelfederatie (FIL) waren op de baan in Vancouver niet meer incidenten dan op andere maar met 154 kilometer per uur werd het wereldrecord er wel scherper gesteld. De baan eiste ook het eerste dodelijke ongeval sinds 1964 in het kader van de Olympische Spelen. De Georgiër Nodar Kumaritashvili liet het leven. Daarnaast crashten ook andere gerenommeerde bobsleeërs er.

Ten gevolge van de slechte prestaties in Vancouver moest het Britse bobsleeteam vechten om hun financiële steun te behouden. Zowel Paula als John kreeg kritiek te slikken. Een nieuwe directeur, Gary Anderson, zorgde voor een nieuw elan en stilaan klommen ze uit het dal. Zowel Paula als John trokken de kar en groeiden de afgelopen jaren uit tot de steunpilaren van het Britse bobsleeteam.

Je geliefde aan meer dan 100 kilometer per uur een ijsbaan zien afglijden, het is geen alledaagse relatie

Romantisch diner bij kaarslicht

Wanneer ze op het circuit zijn, delen ze nooit een kamer. In het belang van de teamharmonie. Maar toch is er soms plaats voor romantiek zeggen ze. Of ze in Sotsji veel tijd zullen hebben voor romantische diners bij kaarslicht valt te betwijfelen. John stelde zichzelf als doel een medaille te behalen en Paula rekent op een olympisch diploma met een top acht notering.

Toen John in juli zijn achillespees afscheurde, leek zijn olympische droom plots veraf maar hij herstelde wonderbaarlijk snel. Tijdens zijn revalidatie bedankte hij Paula meermaals voor haar steun. Al in december behaalde hij zilver in de World Cup wedstrijd in Lake Placid. Het was de eerste Britse podiumplaats sinds 1997 waarmee hij zich helemaal klaar toonde voor Sotsji.

Vlinders in de buik

Nu, vier jaar na het debacle in Vancouver, staan ze voor het moment van de waarheid. Het moet ongetwijfeld zorgen voor zenuwen, vlinders in de buik bij wijze van spreken.

Moest u tijdens het supporteren voor onze Belgian Bullets (zeker doen!) ene Paula Walker of John Jackson zien voorbijglijden, dan weet u nu dat er op hetzelfde moment een verliefde ziel in het olympisch dorp vol spanning zit mee te kijken. Hopend op een knalprestatie en waarschijnlijk mijmerend van een romantisch diner bij kaarslicht dat ze nog tegoed hebben.

Volg Paula Walker op Twitter: https://twitter.com/paulawalkerGB
Volg John Jackson op Twitter: https://twitter.com/JohnJacksonGB

Vier voorspellingen over de afloop van het volleybalseizoen

U las woensdag bij ons vijf dingen die u moet onthouden van de voorbije maanden in het Belgisch volleybal. Vandaag voorspellen we in primeur voor u hoe het volleybalseizoen gaat aflopen. Wie zal triomferen, wie faalt er? Het is niet nodig om te wachten op de afloop van het volleybalseizoen. U leest het gewoon hier. Spoiler alert!

1 Knack Roeselare pakt alles

Roeselare kan enkel gestopt worden door Roeselare. Blessures, overmoed of gewoon pech kunnen hen van een volgende ‘Dubbel’ houden. Het uitvallen van Gertjan Claes is in dat opzicht hopelijk geen voorbode van andere tegenslagen voor de regerende landskampioen en bekerwinnaar. De receptie-hoekpositie is gelukkig een positie waar vervangers klaar staan, een blessure van Tervaportti of Tuerlinckx zou een kleine ramp zijn.

De bekerfinale tegen Topvolley Antwerpen wordt misschien wel de moeilijkste klus. In het hol van de leeuw, één match alles of niets. Maar als ze met dezelfde maturiteit blijven spelen die ze al het hele seizoen tonen, moet ook dit zeker lukken.

Eenzelfde verhaal voor de vrouwen van Asterix Kieldrecht. Zij spelen de bekerfinale tegen Michelbeke. De ‘Dubbel’ lonkt ook voor hen.

2 Noliko Maaseik pakt niets

Een voorspelling die nog geen twee jaar geleden op hoongelach ging onthaald worden. Maar wel eentje die anno 2014 te motiveren valt. Noliko Maaseik toonde enkel in Europa zijn potentieel en leek zich moeilijk te kunnen opladen voor ‘maar’ de Belgische competitie. De nieuwkomers maakten nog geen indruk, kijk maar naar de wisselvallige Federico Pereyra. Kristof Hoho heeft het in zich om de rest op sleeptouw te nemen, maar moet eerst terug op niveau zien te komen.

Hun vroege bekeruitschakeling in rekening gebracht, moet Maaseik dus alles op de competitie zetten. Maar het is uiterst twijfelachtig dat ze hun uitstekende vorm plots terugvinden én kunnen aanhouden gedurende een langere periode. Maar als er één iets in het voordeel van Maaseik speelt dan is het wel hun gekrenkte trots. Een gewond dier valt namelijk altijd te vrezen.

Indien Maaseik de Play-off finale niet haalt, dan krijgt het in principe geen Champions League ticket voor volgend jaar. Toen Roeselare twee seizoenen geleden hetzelfde overkwam, kreeg het wel een wildcard van de FIVB vanwege hun staat van dienst. Maaseik wacht in zo’n geval hoogstwaarschijnlijk hetzelfde lot.

3 Precura Antwerpen op z’n Poulidors

In Antwerpen waren ze voor het competitiebegin uiterst ambitieus. Nu Maaseik zoekende is, is dit misschien wel het moment om de hiërarchie te doorbreken. Antwerpen, tweedes in de competitie, heeft de beste kaarten om de uitdager van Knack Roeselare te worden in de play-off finale. Voor de bekerfinale hebben ze alvast het niet te onderschatten thuisvoordeel.

Toch wordt het net niet in de finale(s). De geoliede West-Vlaamse machine valt niet af te stoppen en Antwerpen wordt the best of the rest. Menen en Lennik zullen meer dan verdienstelijk hun best doen maar lijken (nog) niet klaar om een gekrenkt Maaseik te kloppen in de strijd om de derde plaats.

4 België wordt wereldkampioen volleybal (2x)

Neen, deze voorspelling is natuurlijk eentje waar we zelf niet in geloven. Voetballershoogmoed is ons namelijk vreemd. Voor het eerst sinds 1978 zijn we er opnieuw bij op een WK en dan klinken stoute uitspraken natuurlijk aanlokkelijk. Maar winnen begint met deelnemen en zover zijn we gelukkig toch al.

Het momentum is er zeker, de resultaten volgden ook. De bond werkt nu volop aan de omkadering van beide nationale ploegen en beseft de unieke opportuniteit.

De Dragons en Tigers zitten in een positieve maar tevens ook heel breekbare flow. De draaischijven in beiden ploegen zijn namelijk 36 jaar en 34 jaar. Op lange termijn wordt dit een probleem. Als er zich niet snel valabele vervangers voor Frank Depestele en Frauke Dirickx aandienen dan zullen beide ploegen stagneren. Wat absoluut zonde zou zijn van het potentieel.

Maar dat zijn zorgen voor later. De bottom-line die u moet onthouden is dat België naar het WK gaat. En wereldkampioen of niet, volleybal is niet een schaam maar een sporttrots van België.

Vijf zaken die u moet onthouden van het volleybalseizoen

Het ging de voorbije maanden hard voor het Belgische volleybal. Hoog tijd om een tussentijdse balans op te maken. Zaterdag is er de bekerfinale in een uitverkocht Lotto Arena in Antwerpen. Niet veel later starten de Play-offs. Extrasport.be vertelt u wat u moet onthouden van de afgelopen maanden. Vrijdag krijgt u in primeur vier voorspellingen over het verdere verloop van het seizoen. Moneytime!

1 Knack Roeselare en Asterix Kieldrecht autoritair

Als een stoomtrein denderde Roeselare door de Ethias volleyleague. In cijfers betekende dat: twaalf wedstrijden gespeeld, elf wedstrijden gewonnen. Met als eindresultaat op dit tussentijds rapport: een 33 op 36. Emile Rousseaux en de zijnen maakten indruk. Enkel Prefaxis Menen kon stunten tegen Roeselare en was zo voorlopig de enige Belgische club die hen dit seizoen al kon verslaan. Bovenop dit alles kwalificeerde Roeselare zich ook gemakkelijk voor de bekerfinale waar Topvolley Antwerpen wacht. Wie stopt dit Roeselare?

Ook bij de vrouwen hebben we een trotste competitieleider, Asterix Kieldrecht heeft na achttien speeldagen nog maar één wedstrijd verloren. Met meer dan een straatlengte voorsprong op de tweede in de stand freewheelen ze richting de Play-offs. Kieldrecht wil duidelijk revanche nadat het vorig jaar voor het eerst in drie jaar de titel aan Gent moest laten.

2 Geen schaam van België (2x)

Tweeledige trots zelfs. Te beginnen met het Europese parcours dat Roeselare en Maaseik aflegden. Vooral de West-Vlamingen sloegen gensters. Ongeslagen in de poulefase van de Champions League en dat met de Poolse topper Zaksa Kedzierzyn-Kozle, what’s in a name, als tegenstander. Ook Maaseik overleefde de groepsfase. Hun schip strandde allebei in de eerste ronde van de play-offs (Final 12) tegen twee Europese toppers, het Poolse Rseszow en het Italiaanse Trentino. Deze week speelt Asse-Lennik nog de kwartfinale in de Challenge Cup tegen BBSK Istanbul, alle andere Belgische ploegen zijn ondertussen uitgeschakeld. Slotsom is dat de Belgische topploegen opnieuw indruk maakten. Succes in de Champions League, onze Belgische voetbalbobo’s kennen het enkel in hun diepste dromen.

Waar u al zeker niet naast kon kijken, waren natuurlijk die Yellow Tigers en de Red Dragons. Niet alleen stuntten ze allebei op het EK volleybal, ze plaatsten zich ook voor het komende WK. Eindelijk loon naar werken en waardering in de media. Wij vragen ons nog altijd af waarom geen van hen Ploeg van het Jaar werd. Afspraak in december 2014 op het volgende Sportgala.

3 Lang leve de kleintjes

Volley Euphony Asse-Lennik verrast, Precura Antwerpen maakt het waar en Prefaxis Menen bevestigt. De kleintjes eisen hun plaats op. Voor Topvolley Antwerpen was dit een uitgesproken doelstelling, wedijveren met de toppers. Met het behalen van de bekerfinale was een belangrijke doelstelling behaald maar hun honger lijkt verre van gestild. In topwedstrijden mankeerden ze nog de laatste percentjes maar pieken moet pas vanaf nu natuurlijk.

Dat Lennik zijn tweede adem vindt, is enkel maar toe te juichen terwijl Prefaxis Menen gewoon op zijn elan van vorig jaar verder doorgaat. Vooral de recente winst van Menen tegen Roeselare was knap. Spanning troef dus in de subtop waar Argex Duvel Puurs zijn wagonnetje aanhaakt met een zesde plaats.

4 Maaseikse malaise

Als de kleintjes het goed doen dan betekent dit dat één van de groten het niet goed doet natuurlijk. Maaseik ziet af en weet het niet meer zo goed. Na de pijnlijke vaststelling dat hun Italiaanse coach di Pinto niet voldeed, werd intern een oplossing gevonden. De hamvraag hier is of dit scenario niet kon worden vermeden.

De communicatie tussen Di Pinto en zijn spelersgroep deed pijn aan de oren. Kijken naar een time-out van de uitsluitend Italiaans sprekende coach was als kijken naar een verfilming van het Bijbelse verhaal ‘De Toren van Babel’. Communicatie topsportonwaardig.

De bekeruitschakeling tegen Leuven, een tweedeklasser nota bene, was illustratief. Hun huidige vierde plaats is dat ook. Nieuwe coach Erik Verstraeten en Thierry Courtois moeten nu de boel rechttrekken. Er rest hen echter weinig tijd en een spelersgroep zonder vertrouwen.

Het meest beklijvende volleybalmoment van afgelopen maanden heeft eigenlijk niet veel met volleybal te maken en viel jammer genoeg ook in Maaseikse middens te noteren. Kristof Hoho’s hart stopte begin december even met kloppen in de topper tegen Roeselare. Zijn defibrillator werkte gelukkig perfect. Hoeveel Hoho zelf het voorval achteraf ook relativeerde, een akelig moment was het zeker. Laat ons hopen dat het eenmalig was en er vanaf nu enkel nog over volleybal kan gepraat worden.

5 Verwaterde Gentse waterzooi

Onbezorgd laatste staan in de competitie, het kan in het Belgische volleybal. Zakken doe je dit seizoen toch niet. Maar erg prettig kan het niet zijn. Contradictorisch aan Roeselare heeft VDK Gent nul matchen gewonnen en 36 sets verloren. Dat vertaalde zich naar een oncomfortabele 0 op 36. Dat het een overgangsjaar ging worden, wist iedereen natuurlijk. Met initiatieven naast het terrein probeerde de club het enthousiasme aan te zwengelen. Benieuwd of dit nog voor punt(en)gewin kan zorgen.

Schaken op ijs

Zo spreken kenners over hun sport, anderen noemen het oneerbiedig petanque op ijs. In Vancouver vier jaar geleden kreeg het bijna de allures van een mondiale cultsport. Daarvoor was curling maar een curiosum onder de olympische sporten. Van cafésport tot cultsport, curling gleed al een lange weg af. Schaakmat! Lees verder Schaken op ijs

Ceci n’est pas du hockey

Het zou zomaar een instinker kunnen zijn op eender welke sportquiz: Welke ploegsport wordt gespeeld met twee doelen en een balletje waarbij de spelers door middel van een stick moeten proberen scoren? Hockey! Maar wat als het nu eens niet hockey zou zijn… Maak de volgende keer dat u deelneemt aan een sportquiz indruk door floorball te zeggen. Met uw correct antwoord wint u gegarandeerd de sympathie van uw teamgenoten en van het groeiend aantal Belgische floorballspelers. Lees verder Ceci n’est pas du hockey

Reinaldo ‘Rey’ Romero: van topvolleyballer tot Cubaans staatsvijand (Deel 3)

Het was een zondag meent hij zich te herinneren. De dag dat hij voor het eerst volleybal leerde kennen. Het werd de rode draad door zijn leven en leidde hem via Honduras naar Gent. Vanaf het moment dat hij door Cubaanse scouts werd ontdekt, draaide hij mee in het veeleisende cascadesysteem van het Cubaanse sportbeleid. Tot hij er in 1993 uitstapte, op zoek naar een betere toekomst. Reinaldo ‘Rey’ Romero ondervond aan den lijve de consequenties van het scheefgetrokken Cubaans sportbestel. Een passend afsluitend interview in dit drieluik van Extrasport.be over het Cubaanse volleybal. Lees verder Reinaldo ‘Rey’ Romero: van topvolleyballer tot Cubaans staatsvijand (Deel 3)

Cubaanse impasse (Deel 2)

Zes Cubaanse volleybaltoppers vluchtten in 2001 na het kersttoernooi van de Witte Molen naar Italië. Hun familie lieten ze achter, hun volleybalbond lieten ze zitten. De ontsnapping blijkt slechts het topje van de ijsberg te zijn en exponent te staan voor de impasse waarin het Cubaans sportbestel in verzeilt raakte. Een Cubaans sport- of coachtalent is namelijk een gevangene van zijn land waar sport dient als katalysator voor succes voor Cuba. 

Anno 2001 was Havana een topteam met de beste spelers van de wereld. Gedragen door een reeks ongelofelijke talenten leken ze bijna garant te staan voor een decennium van volleybaldominantie. Naar het voorbeeld van de Cubaanse nationale ploeg bij de vrouwen die in de jaren negentig driemaal na elkaar goud won op de Olympische Spelen. In een eerste artikel kon u al lezen hoe ze dankzij een uitgekiend sportbeleid structureel succes opbouwden met wereldwijd aanzien.

Nada voor Havana

Wat er nu van die gehoopte dominantie geworden is twaalf jaar en drie Olympische Spelen later? Nada. De Cubaanse nationale volleybalploeg van de mannen behaalde sindsdien geen enkele olympische medaille meer. Sterker nog, ze namen zelfs geen enkele keer meer deel. Het epicentrum van de volleybaldominantie lag de afgelopen jaren dan toch niet in de Caraïben.

Een zilveren medaille op de World Championship in 2010 in Italië, twee bronzen medailles in de World League (2005 in Belgrado en 2012 in Bulgarije) en een zilveren medaille op de World Grand Champions Cup in 2009 in Japan. Dat zijn de belangrijkste adelbrieven die de heren van Havana de afgelopen twaalf jaar hebben verzameld. In deNORCECA Championship werd het dan wel eindwinnaar in 2009 en 2011, maar met slechts vijf deelnemende lokale landen is dit geen referentie.

Kleine uitschieters

Cuba eindigde in 1999 nog tweedes op de World Cup (het vierjaarlijkse kwalificatietornooi voor de Olympische Spelen). Het deed pas in 2011 terug mee. Het werd toen vijfdes en plaatste zich opnieuw niet voor de Olympische Spelen want slechts de eerste drie plaatsten zich. Een land kon zich kwalificeren via de World Cup of via internationale en continentale kwalificatietornooien.

Enkele kleine uitschieters niet nagelaten kunnen we dus besluiten dat Cuba pas sinds 2010 internationaal opnieuw een beetje begint mee te spelen maar dat het zijn enorme spelerspotentieel niet heeft kunnen verzilveren in olympisch goud. Op de recente FIVB–ranking staan ze nu op de zevende plaats. Aangezien er zich elf ploegen kunnen kwalificeren voor het olympisch volleybaltornooi, het gastland is er altijd bij, hebben ze dus een reële kans om er in de toekomst opnieuw bij te zijn. Het lijkt de logica zelve uit sportief oogpunt, maar toch liggen de kaarten niet zo simpel.

Communistische sportbestel in Cuba

Om deze hele historiek te kunnen plaatsen is het noodzakelijk de politieke toestand van Cuba indachtig te zijn. Cuba staat voor communisme. Dit betekent dat iedereen gelijk is, sporters en hun coaches zijn daarin geen uitzonderingen. Begin jaren zestig verbood Fidel Castro alle professionele sporten in Cuba, een onderscheid tussen amateursport en professionele sport gaat immers in tegen het principe van ‘iedereen gelijk’. Castro’s verbod hield stand tot enkele maanden terug, zondag 3 november 2013 om heel precies te zijn, toen er voor het eerst in meer dan 50 jaar een professionele wedstrijd werd gespeeld in de National Baseball League van Cuba.

Begin jaren zestig verbood Fidel Castro alle professionele sporten in Cuba – © Wikimedia Commons
Begin jaren zestig verbood Fidel Castro alle professionele sporten in Cuba – © Wikimedia Commons

Een van de redenen waarom Cuba opnieuw professionele sportbeoefening toeliet, was om het aantal sporters dat naar het buitenland trok, terug te dringen. De talloze Cubaanse sporters die het waagden om in een professionele buitenlandse competitie te gaan spelen, werden zwaar gestraft met jarenlange schorsingen en mochten Cuba niet meer binnen. Ze moesten dus in een Cubaanse amateurcompetitie blijven sporten en werden daar heel weinig voor betaald. Dit zou ongeveer een maandelijks salaris van 20 dollar geweest zijn, olympische medaillewinnaars kregen wel nog een extraatje.

Meer dan vijftien gevluchte volleyballers

Vanaf januari 2014 volgt er na de recente historische baseballwedstrijd een nieuwe revolutionaire mijlpaal. Cubaanse sporters en trainers zullen vanaf dan 100 procent van hun inkomsten uit niet-Cubaanse competities mogen houden. Dit was tot nu slechts ongeveer 15 à 20 procent, het overige deel was integraal voor de Staat. Cubanen zullen in de toekomst mogen aantreden in buitenlandse professionele competities zolang ze hun verplichtingen ten opzichte van Cuba vervullen. Wat betekent dat ze in Cuba moeten zijn voor de jaarlijkse belangrijkste competities.

Eind jaren negentig deed Cuba al eens een dergelijke toegeving door aan de beste Cubaanse sporters en trainers huizen en auto’s te geven om hen te weerhouden om naar het buitenland te trekken voor vorstelijke salarissen. Het Cuban Sports Institute liet in 1999 sporters toe om in het buitenland te gaan spelen. Dit was echter voornamelijk voor oudere spelers weggelegd en aan een salaris dat officieel vastgelegd werd door de overheid.

Deze toegeving bleek onvoldoende en de talentvolle Cubanen trokken toch massaal naar het buitenland. Zo zouden er tegen 2007 bijna 50 landen zijn die verschillende Cubaanse sporters en trainers in dienst hebben. Tussen 2001 en 2007 zouden er bijvoorbeeld meer dan vijftien Cubaanse volleyballers politiek asiel gezocht hebben in Europa en Puerto Rico. In 2005 werd deze toegeving door de overheid opnieuw ingetrokken wegens weinig succesvol.

Contract van 68 miljoen dollar

Om u een idee te geven van de absurditeit van de situatie: een van de beste Cubaanse baseballspelers, Yulieski Gourriel, verdiende maandelijks een ‘topsalaris’ van 800 dollar door in de Serie Nacional, de Cubaanse amateurcompetitie, te spelen. Zijn collega-baseballspeler Jose Abreu tekende na bekendmaking van de nieuwe regel bijna meteen een contract bij de Chicago White Sox in de Mayor League Baseball  ter waarde van 68 miljoen dollar. Abreu speelde ervoor negen seizoenen in de Serie Nacional.

Jose Abreu tekende een contract bij de Chicago White Sox in de Mayor League Baseball ter waarde van 68 miljoen dollar. Zijn collega-basebalspeler Yulieski Gourriel verdiende maandelijks een ‘topsalaris’ van 800 dollar in de Serie Nacional, de Cubaanse amateurcompetitie – © Wikimedia Commons
Jose Abreu tekende een contract bij de Chicago White Sox in de Mayor League Baseball ter waarde van 68 miljoen dollar. Zijn collega-basebalspeler Yulieski Gourriel verdiende maandelijks een ‘topsalaris’ van 800 dollar in de Serie Nacional, de Cubaanse amateurcompetitie – © Wikimedia Commons

De zes volleyballende vluchters waren dus eerder regel dan uitzondering. Gezien hun status van beste volleyballers ter wereld op het moment van hun vlucht waren ze wel een prototypevoorbeeld om de onvrede tussen de Cubaanse sporters en het Cubaans sportbestel te typeren.

The Defectors

Achter een reden voor de vlucht uit Sint-Niklaas van de zes Cubaanse volleyballers moet u dus niet langer zoeken. In 2001 was er nog totaal geen sprake van voldoende toereikende toegevingen door de overheid. Kort na hun vlucht werd het Cubaans zestal door de Cubaanse overheid zoals alle vluchters bedacht met het koosnaampje ‘The Defectors’. Ofwel: ‘De Afvalligen’.

Ze werden ook allemaal voor twee jaar geschorst door de FIVB, de internationale volleybalbond. Beeldt het u maar eens in dat de voltallige Braziliaanse nationale voetbalploeg voor twee jaar wordt geschorst omdat ze voor een niet-Braziliaanse topploeg willen gaan spelen. Ondenkbaar is het.

De volgende vraag die kan gesteld worden, is natuurlijk hoe het de volleybalspelers in kwestie is vergaan na hun vlucht. De (extra-)sportieve gevolgen van hun escapade waren immers niet min, een volleybalverbod van twee jaar en achtergelaten families en vrienden. Hun volleybalwegen scheiden dan wel, maar we kunnen stellen dat vijf van de zes er nog in slaagden hun professionele carrière voort te zetten.

  • Leonel Marschall (Receptie-hoek, 34 jaar)
    Zoon van de toenmalige bondsvoorzitter en veruit de meest bekende speler van de zes door zijn fabelachtige sprongkracht van 128 cm hoog. Na zijn schorsing van twee jaar maakte hij in 2003 zijn debuut in Italië voor Pallavolo Piacenza. Hij speelde daarna voor Roma Volley, opnieuw voor Pallavolo Piacenza waarna hij in 2010 een miljoenencontract tekende bij het Turkse Fenerbache Istanbul.
  • Angel Dennis (Hoofdaanvaller, 36 jaar)
    De linkshandige hoofdaanvaller speelde na zijn schorsing in Italië voor Latina Volley, een jaartje in Qatar en daarna opnieuw in Italië voor Macerata en Modena. In 2006 werd hij door zijn huwelijk met de Italiaanse volleybalster Simona Rinieri ook Italiaan. Drie jaar later zou het huwelijk stranden.
  • Ihosvany Hernandez (middenaanvaller, 41 jaar)
    Volleybalde na zijn schorsing ieder jaar voor een andere ploeg. In Italië speelde hij achtereenvolgens voor Cuneo, Rome, Parme, Tarante en Vérone. Daarna volgde nog Fenerbahçe in Turkije, Resovia Rzeswow in Polen en Tomis Contanta in Roemenië. Zou nu in Spanje wonen en een volleybalschool hebben onder de naam ‘Voley A Lo Cubano’.
  • Ramon Gato (aanvaller, 40 jaar)
    Zette zijn carrière voort bij Verona tot 2008, speelde daarna kort in Qatar bij Al Arabi met medevluchter Angel Dennis. Hij keerde daarna terug naar Italië om voor Padova te gaan spelen, speelde vervolgens in Slovenië bij ACH Bled en sloot zijn carrière af bij de Italiaanse tweedeklasser Geotec Esernia. Vandaag zou hij in Spanje wonen en trainer zijn bij de volleybalschool van Hernandez.
  • Roman Romero Yasser (libero/receptie-hoek, 34 jaar) 
    De toenmalige libero van Havana speelde later nog voor Piacenza, Grottazzolina, Genova en Roma Volley in Italië. In het seizoen 2008-2009 schakelde hij over op beachvolleybal en nam deel aan de Puerto Rican Beach Volleyball Tour. Daarna speelde hij nog voor de Roemeense club Tomis Constanta. In de loop van zijn carrière evolueerde hij van libero tot receptie-hoek. Vandaag zou hij in Rome wonen met zijn familie.
  • Jorge Luis Hernandez Jack
    Broer van Ihosvany Hernandez die vermoedelijke stopte met volleybal na de vlucht. Over hem was geen informatie terug te vinden.

Afsluitend interview

In een laatste artikel van dit drieluik laten we tenslotte de voormalige Cubaanse topvolleyballer Reinaldo ‘Rey’ Romero aan het woord die exact twintig jaar geleden ook vluchtte uit Cuba. Hij vertelt ons zijn levensverhaal. Een innemende getuigenis die weerspiegelt welke (extra-)sportieve gevolgen een ban uit Cuba had én heeft want tot op vandaag mag hij Cuba nog altijd niet binnen. Zelfs niet voor de begrafenis van zijn eigen vader in 2009. Het betekende het begin van een depressie maar ‘Rey’ knokte zich onder andere via het volleybal terug. Vandaag woont hij in Gent en was hij bereid om zijn verhaal te doen aan Extrasport.be.

Witte Molen in moeilijkheden

De vlucht van Havana in 2001 begon op het kersttoernooi van de Witte Molen in Sint-Niklaas. Het tornooi, ook wel Flanders Volley Gala genoemd, bood jaarlijks de kans om internationaal topvolleybal te zien. Sinds de oprichting in 1981 ging dit tornooi maar liefst 27 maal na elkaar door. In 2008 kon het tornooi door organisatorische problemen niet plaatsvinden. Een korte heropleving één jaar later ten spijt werd er na 2009 geen topvolleybal meer geserveerd in Sint-Niklaas tussen Kerst en Nieuw. Een spijtige zaak, dit traditierijke Kersttornooi verdiende beter.

Dat het echt wel een internationale uitstraling had, toont de erelijst met winnende ploegen uit maar liefst elf verschillende landen. Van China tot Cuba kwamen ze naar Oost-Vlaanderen om te volleyballen. Ook de Belgische ploegen bewezen zich er in de loop van de jaren. Zo won het roemrijke Ibis Kortrijk er driemaal in de jaren tachtig en is Knack Roeselare recordhouder met vier overwinningen, waaronder de laatste editie in 2009. Sint-Niklaas organiseert jaarlijks wel nog een manche van het Belgian Beachvolley Championship.

In 2012 organiseerden Marc Pincé (organisator van de Witte Molen) samen met Topvolley Precura Antwerpen een hernieuwde editie. De locatie van het tornooi verhuisde naar Antwerpen en met een gewijzigde competitieformule. In 2013 volgde er een volleybalweekend met op zaterdag de Supercup bij de mannen en de vrouwen en op zondag speelde Topvolley Precura Antwerpen een wedstrijd tegen de Duitse kampioen Berlin Recycling Volleys.

Cubaanse escapade uit Sint-Niklaas (Deel 1)

Het Cubaanse topvolleybalteam Havana kwam twaalf jaar geleden naar Sint-Niklaas om er deel te nemen aan het jaarlijkse prestigieuze kersttoernooi van de Witte Molen. Na het verliezen van de finale tegen het Franse Paris Volley verdwenen zes van hen. Onverwachts en op het eerste zicht spoorloos. Een goeie 24 uur later duiken ze op in Rome. Vastbesloten om er in navolging van hun ultieme droom (opnieuw) aan de slag te gaan in de Italiaanse volleybalcompetitie. Maar zo simpel paste die puzzel helaas niet in elkaar. 

Protagonisten in dit verhaal zijn Ihosvany Hernandez, Angel Dennis, Jorge Luis Hernandez Jack, Roman Romero Yasser, Ramon Gato en Leonel Marschall. Zes Cubaanse topspelers van Havana, behorende tot de beste volleybalspelers ter wereld op dat moment. Vooral die laatste was een natuurtalent met een onwaarschijnlijke sprongkracht van 128 cm. ‘His Royal Airness’ van het volleybal. Marschall heeft uitstekende genen want hij is de zoon van de voorzitter van de Cubaanse volleybalbond Leonel Marschall Senior, zelf een levende volleyballegende die deel uitmaakte van de Cubaanse selectie voor de Olympische Spelen van 1976 en 1980.

Op het kersttoernooi van de Witte Molen editie 2001 werd het West-Vlaamse Knack Roeselare zesde en laatste na het Spaanse Almeria. Zeker geen schande want in dit prestigieuze en sterk bezette tornooi werden Moskou en Istanbul respectievelijk derdes en vierdes, de finale werd gewonnen door Paris Volley. Havana werd een knappe runner-up. Geen vuiltje aan de Sint-Niklaase lucht tot zover. Maar dan bleek plots dat bijna de volledige ploeg van Havana eensklaps verdwenen was de volgende dag. Op de vlucht. Begeleiders en organisatoren in het ongewisse latend.

De olympische traditie van Cuba

De contacten om hun vlucht te organiseren, werden waarschijnlijk gelegd tijdens de internationale tornooien waar Havana eerder aan deelnam. Havana was de Cubaanse nationale volleybalploeg van de Federación Cubana De Voleibol met maar één doel: goud behalen op de Olympische Spelen in Athene van 2004.

Cuba had een eer hoog te houden op het olympische volleybaltoneel. De Cubaanse nationale vrouwenploeg behaalde van 1992 tot 2000 driemaal (!) na elkaar olympisch goud. Noem ze gerust de beste vrouwelijke volleybalploeg ter wereld van de jaren negentig. De mannen moeten het afleggen met ‘maar’ een bronzen medaille in 1976 als beste resultaat.

De heren van Havana stonden rond de eeuwwisseling garant voor een fameus spelerspotentieel en lonken naar een topprestatie. Een terechte ambitie. In 2001 wonnen ze nog goud op de Grand Champions Cup en op de Witte Molen in Sint-Niklaas verloren ze zoals eerder geschreven pas in de finale tegen Paris Volley. De Fransen wonnen het jaar ervoor de CEV Top Teams Cup (zeg maar de Europa League in het volleybal) en zouden enkele maanden later de CEV Champions League winnen. Kortom, Havana verloor de finale van misschien wel het sterkste volleybalteam in Europa op dat moment.

Wortels van sportsucces

De reden waarom Cuba zo tuk leek op de Olympische Spelen was omdat het er vaak successen oogste. Cuba behaalde het derde hoogste aantal medailles (na Hongarije en Roemenië) onder de landen die nog nooit de Olympische Spelen organiseerden.

De wortels voor dit succes liggen in The National Institute of Sport, Physical Education and Recreation (INDER). Opgericht in 1961 is het tot op vandaag nog de basis voor de huidige sport en opleidingsprogramma’s in Cuba. Zo is er een detectiesysteem dat talentvolle jonge sporters onderbrengt in sportgeoriënteerde scholen. Daar worden sporten zoals atletiek, basketbal, honkbal, turnen en volleybal onderwezen. De beste leerlingen van de klas nemen deel aan de Cuban Summer Junior Olympics waar de allerbesten in elke sport worden geselecteerd voor scholen die  specifiek gericht zijn op een bepaalde sport. Cuba creëerde zo in de loop der jaren een broeihaard aan spelers – en trainerstalent met wereldwijd succes en aanzien.

In Sydney 2000 traden ze aan met een delegatie van 229 atleten die in totaal 29 medailles haalden, waaronder elf gouden, elf zilveren en zeven bronzen. In de medaillestand eindigden ze op een negende plaats, niet slecht voor een land met maar elf miljoen inwoners. Ter vergelijking, België eindigde in Sydney op de 55e plaats in de medaillestand. Zonder één gouden medaille en dat met een gelijkaardig bewonersaantal. De Cubaanse volleybalbond droomde dus met recht en rede luidop van succes op de volgende Olympische Spelen in Athene.

Gevlucht naar Rome

Op vrijdag 28 december 2001 dachten de 22-jarige Marschall en co echter niet aan olympische roem. Vanuit de hotelkamer van Marshall belde het Cubaanse vijftal voor ongeveer 1.000 euro naar Italië en Cuba. Een zesde speler, Angel Dennis, was dan al vertrokken. Hoewel de telefoons, net als de minibar en de betaaltelevisie, geblokkeerd waren, slaagden ze er toch in om buiten medeweten van het Crown Plaza hotel een telefoon te reactiveren. Cubaanse begeleiders merkten plots de verdwijning op, deden aangifte maar veel kon de politie niet doen. De spelers waren immers meerderjarig en beschikten over een toeristenvisum dat geldig was tot 31 december. Alian Roca en Pavel Pimienta hielden zich als enigsten van de Cubaanse selectie braaf aan dit toeristenvisum en bleven achter in België.

Angel Dennis © Wikipedia
Angel Dennis © Wikipedia

Op 30 december doken de heren volleyballers na een treinrit van ongeveer 1.500 kilometer op in Rome, hartje Italië. Hun eerste reactie luidde dat ze enkel om sportieve redenen waren gevlucht, dus niet om politiek asiel aan te vragen. Volleyballen in Italië als drijfveer dus voor hun vlucht. Sommigen lieten hiervoor vrouw en kind achter in Cuba. Ze drukten zelf nog hun wens uit om te mogen blijven spelen voor de Cubaanse nationale ploeg. Spelen voor een Italiaanse ploeg kon echter niet zomaar want voor internationale transfers moest het land van oorsprong, Cuba dus, transferdocumenten ondertekenen. In een eerste reactie schorste de Cubaanse bond het zestal meteen voor vijf jaar. Een verhaal van enkel maar verliezers leek in de maak. De olympische droom van de Cubaanse volleybalbond aan diggelen, de Italiaanse droom van de spelers verder weg dan ooit.

Cubaanse escapade gestrand

Tot zover het verhaal zoals het de wereld rondging. We schrijven 31 december 2001, hartje winter en de Cubaanse escapade lijkt gestrand in Rome. Een verhaal van een complexe puzzel die niet lijkt te passen. Spelers en bond in de steek gelaten door elkaar.

In een volgend artikel reconstrueert Extrasport.be voor u wat er van de Cubaanse topspelers is geworden, twaalf jaar na hun vlucht en hoe het Havana nog verging op de Olympische Spelen.

We beantwoorden ook de meest pertinente vraag: waarom riskeren zes van de beste volleyballers ter wereld hun carrière en kans op olympische glorie door hun geboorteland Cuba in de steek te laten?

In een derde en laatste artikel laat Extrasport.be een voormalige speler van Havana aan het woord. Op de Centraal-Amerikaanse Spelen in 1993 vluchtte ook hij. Drie van de zes vluchters van de Witte Molen waren ex-collega’s van hem. Nu, twintig jaar later, wacht hij nog altijd op toelating om terug te mogen keren naar Cuba.

Deelnemen is belangrijker dan winnen

Beter dan de titel kan je de uitslag van het Sportgala 2013 niet omschrijven. Een bronzen en een zilveren Europese medaille ten spijt was het toch Koning Voetbal dat de plak zwaaide op de jaarlijkse hoogmis van de Belgische sport. De heren voetballers plaatsten zich eens voor een tornooi en werden meteen gebombardeerd tot Ploeg van het Jaar. Halen ze daar straks de tweede ronde dan staat niets hun heiligverklaring in de weg. Mirakels zijn daar zelfs niet voor nodig.

Pierre de Coubertin
Pierre de Coubertin © Wikipedia

Wat meer realisme lijkt hier wel op zijn plaats. Een beetje erkenning ook. Dat Valérie ‘Zus van’ Courtois geen Sportvrouw van het jaar werd kan niet onterecht worden genoemd. Ze speelde zeker een knap EK en won daar ook de trofee van ‘Beste libero’ voor. Haar nominatie deint hoogstwaarschijnlijk nog op de hype die de Yellow Tigers veroorzaakte tijdens hun overwinningstocht op het EK. Dat ze een bekende broer heeft die toevallig goed ballen tegenhoudt zal ook wel zijn rol spelen, maar haar prestatie was algemeen beschouwd heel knap.

Net als de voltallige kern van de Yellow Tigers. Volleybal is een ploegsport en met drie speelsters in de top tien van Sportvrouw van het Jaar werd het zeker niet tekort gedaan. Charlotte De Vos was de enigste hockeyspeelster die individueel een top tien plaats kon versieren. Ze werd zesdes. Bij de mannen geen spoor van individuele erkenningen. Een kleine gemiste kans op waardering maar opnieuw geen schande, het blijven uiteindelijk ploegsporten.

Marc Wimots werd Coach van het Jaar en deelde letterlijk mee dat hij zich van deze prijs ‘geen bal aantrok’. Gert Vande Broek werd tweedes. Of hij zich ook geen bal van deze trofee aantrekt weten we niet. Hopelijk niet want hij verdiende ze wel als grote inspirator van de opleving van het Belgische vrouwenvolleybal. Wat Wilmots presteerde is natuurlijk ook knap en zal in juni zeker en vast voor de nodige volksfeesten zorgen op menig markpleinen maar staat in hele andere context. Gert Vande Broek en Pascal Kina (hockeytrainer die vierdes werd) slaagden er in een sport die nog niet tot de scheenbeschermers reikt van Koning Voetbal in het voetlicht te plaatsen. Het Belgisch sportpubliek enthousiasmeren voor een ‘kleinere sport’ én terloops resultaten behalen verdient meer waardering.

Dan maar volleybal en hockey op het hoogste schavot bij Ploeg van het Jaar? Ook niet. De Duivels lieten opnieuw de Tigers en Lions achter hen. Dat de Belgische sportwereld meer en meer op een dierentuin begint te lijken is een ander verhaal maar het punt blijft dat deze uitslag echt wel teleurstellend was. Resultaten ondergeschikt aan de hype. Een Europese bronzen en zilveren medaille gedevalueerd tot een voetnoot in de Belgische sportgeschiedenis.

Niet alleen het volleybal en hockey werden ondergewaardeerd. Ann Wauters en Dirk van Tichelt zijn maar twee voorbeelden van de willekeur voor de kleine sporten. Het Sportgala is een populariteitspoll geworden. Wat misschien nog het meest verrast is dat het in deze poll niet Jan Modaal is die zijn stem uitbrengt maar wel sportkenners. Sportjournalisten, fotografen, cameramannen en ex-laureaten vellen hun oordeel. Net daarom hoop je dan ook dat sportieve resultaten naar waarde zullen worden beoordeeld. Het was een kans om het grote publiek te wijzen op de (toekomstige) diversiteit van ons sportlandje.

Maar we beweren niet dat de sportkenners hun huiswerk niet hebben gedaan. Ze brachten het Sportgala terug tot de essentie van de olympische gedachte. Pierre de Coubertin sprak namelijk ooit: “Het belangrijke in het leven is niet de triomf, maar de strijd, het essentiële is niet om te hebben gewonnen maar om goed te hebben gestreden.”

Wout Wijsmans: wereldklasse in een vergeethoekje

Als een Belgische voetballer nog maar een grassprietje laat bewegen aan de overkant van het Kanaal voelen we collectief het chauvinisme opborrelen. Kranten vol lof en net geen Koninklijke felicitaties vallen hem te deel. Als een Belgische sportman in zijn carrière drie Italiaanse bekers, de Italiaanse Supercup, een Italiaanse titel oftewel ‘de scudetto’, eenmaal de Europese CEV Cup wint en tot tweemaal toe wordt uitgeroepen tot ‘Speler van het jaar’ als beste receptie-hoekspeler in Italië, toch hét volleybalwalhalla, geven we hem een vijftal zinnen in de schaduw van de sportkatern. Wout Wijsmans is wereldklasse, helaas voor hem in het volleybal. Lees verder Wout Wijsmans: wereldklasse in een vergeethoekje